Buiten-IJ

Op een novemberdag verliet ik Amsterdam
met in mijn hoofd een wandeling naar Schellingwou.
Het water zuchtte in de bleke najaarskou,
toen ik met mijn gedachten aan de stadsrand kwam.

Daar vatte mijn verbeelding zo verrassend vlam,
dat ik eenvoudig kon geloven dat hij nou
ineens daar liep en een gesprek beginnen zou,
met in de verte torentjes van Durgerdam.

Ik zag al gauw de witte schittering van 't IJ
en volgde daarna trouw het spoor van Nescio
uit zijn verhalen over tochten langs de dijken.

Het stille licht was onvoorstelbaar mooi en blij
door al dat blinken wist ik zeker datti zo
ook uren naar de horizon had lopen kijken.


uit: Ramen, © 1999
Onno-Sven Tromp
(Dit gedicht is ook gepubliceerd in Amsterdam,
de stad in gedichten
(Uitgeverij 521, 2001) en in
Meulenhoffs Dagkalender van de poëzie 2001 (Meulenhoff, 2000))