Camille Claudel
Ik voel je handen kneden in m'n lijf
van natte klei in depressieve kleuren.
Opdat ik, later als het doek zal scheuren,
parmantig in mijn vaste houding blijf.
Om zo, volkomen uitgedroogd en stijf,
mijn lot in rozentuinen te betreuren,
waar duiven mij vanuit hun vlucht besmeuren
en ik beklommen word door 'n kind van vijf.
Nu ik hier weerloos aan je vingers hang,
verlang ik naar het ondergrondse leven,
waarin ik naar de vele wortels staarde.
En naar de wormen met hun lijf zo lang,
die traag de fraai gekrulde letters schreven,
al glijdend door mijn vormeloze aarde.
uit: Ramen, © 1999 Onno-Sven
Tromp
(Eerste prijs CJP-dichtwedstrijd 1993)