Week 10, 2004: 1 maart - 7 maart
Iringa
Bij de markt
Met de bus in Iringa
Mkwawa geëerd
Het Mkwawa-museum in Kalenga
De weg van Dar es Salaam naar Iringa, langs Morogoro en Mikumi, is goed. Vrijwel helemaal geasfalteerd en met erg weinig verkeer, want de gemiddelde Tanzaniaan heeft geen auto. En opvallend veel groen overal, heel anders dan de droge savanne op weg naar Dodoma. Weliswaar geen tropisch regenwoud, maar veel struiken en bomen. Zelfs de grillige baobabs op de drogere stukken hebben blaadjes.
De rit naar Iringa (500 kilometer) duurt zeven tot acht uur. Voornamelijk platteland, met alleen Morogoro als iets grotere plaats. Na Mikumi gaat het hoger de bergen in. Op het platteland woont iedereen in lemen hutten, meestal met een rieten dak. De luxere hutten lijken iets meer op een huis en hebben een dak van golfplaat. Onderweg zie je hoge termietenheuvels en sisalplantages. Mensen bieden emmers vol tomaten en uien te koop aan. En in de takken van halve, dode bomen langs de kant van de weg hangen rieten manden, matten en stoelen te koop. Het zijn net grote paastakken. De Maasai (een nomadevolk uit het noorden van Tanzania) zien er ook altijd mooi uit: ze gaan gekleed in rode, paarse of blauwe doeken en de mannen hebben een lange stok bij zich, misschien ter vervanging van een speer. Ze lopen op sandalen gemaakt van autobanden en de vrouwen hebben uitbundige sierraden om hun hals, in hun oren en rond hun bovenarmen.
Een mooi stuk van de route naar Iringa is de 50 kilometer vlak voor Mikumi. Daar gaat de weg dwars door een Nationaal Park. Vanuit de bus of auto zie je olifanten, giraffes, impala's, zebra's, wrattenzwijnen en apen. Olifanten met grote slagtanden staan gewoon langs de kant van de weg met hun oren te flapperen. En in plaats van de Nederlandse waarschuwingsborden voor overstekend wild met een hert erop hebben ze hier net zulke borden maar dan met een olifant of een giraf. Een bescheiden safari hebben we dus inmiddels achter de rug.
Iringa is een gemoedelijk stadje op een heuvel, op een hoogte van 1600 meter. De mensen zijn er minder opgefokt dan in Dar es Salaam. Misschien komt dit door de temperatuur, die theoretisch 10 graden lager ligt dan op zeeniveau. Koude douches zijn in Iringa echt koud, in Dar es Salaam zijn ze lauw.
20 kilometer onder Iringa bezoekt Elske met haar collega's de prehistorische opgraving bij Isimila. Een door water uitgesleten gebied met roodbruine rotsformaties. Door de erosie zijn daar duizenden gebruiksvoorwerpen uit het Stenen Tijdperk te voorschijn gekomen: handbijlen, hamers, 'messen'.
Het dorpje Kalenga (waaraan onze straat in Dar es Salaam zijn naam dankt) ligt 15 kilometer ten westen van Iringa. Hier daagde volksleider Mkwawa aan het einde van de negentiende eeuw de Duitse kolonisators uit. Hij hakte een patrouille van hen in de pan en bouwde vervolgens, in afwachting van wraak, een dertien kilometer lange muur van vier meter hoog rond zijn basis in Kalenga. Uiteindelijk pleegde hij zelfmoord, vlak voor de Duitsers hem te pakken kregen. Zij namen wel als bewijs zijn schedel mee en stelden die tentoon in een Duits museum. Pas in 1954 kwam de schedel terug naar Tanzania. Mkwawa wordt in Kalenga geëerd met een museumpje, met wat schilden, speren én zijn schedel. Al 'googelend' kwamen we op internet een Sjors en Sjimmie-album tegen met de titel De schedel van sultan Mkwawa. Misschien moeten we dat er maar eens op naslaan; we hadden ons al op ons verblijf hier voorbereid met Kuifje in Afrika. Voor de liefhebbers: de legendarische held heeft ook een eigen website (in het Engels en Swahili): www.mkwawa.com.
Na ons bezoek aan het Mkwawa-museum en een toelichting in halfverstaanbaar Engels, brengt de jongen van het museum ons naar het pad naar het dorp Tosamaganga. (Op weg naar het pad komen we langs het lemen huis van de jongen en hij vertelt dat hij het huurt voor 1000 TSh (= nog geen euro) per maand.) We maken een mooie wandeling door de heuvels met maisvelden, hutten, kleurrijke vogels en een wilde rivier. De (plaats)namen ademen het verleden van Mkwawa, in de plaatselijk taal, het Kihehe. Tosamaganga dankt zijn naam aan het moment dat de Duitsers vanuit dit dorp Kalenga belegerden en met grof geschut bestookten. Deze belegering is door de Hehe heel poëtisch uitgedrukt, want 'Tosamaganga' betekent in het Kihehe 'stenen gooien'. 'Iringa' betekent in het Kihehe 'fort'. En niet ver van Iringa beklimmen we een rots, waarvandaan je een mooi uitzicht hebt over het stadje en de omliggende vallei. Mkwawa kwam hier om te 'mediteren' en de rots zou hem de antwoorden hebben gegeven op zijn vragen. De naam van de rots is dan ook Gangilonga, wat in het Kihehe 'sprekende rots' betekent.
We komen in Iringa ook twee Amerikaanse fietsers tegen: Pat (geb. 1939) en Cat (geb. 1953) uit Californië. Ze  fietsen elke dag 80-100 kilometer en gaan zo in 1000 dagen de hele wereld rond. Ze zijn al op weg sinds april 2002 en hebben nog 300 dagen te gaan! Hun belevenissen zijn te volgen op www.worldriders2.com.
Terug naar weekoverzicht