| Week 11, 2004: 8 maart - 14 maart | |
| Kiswahili voor beginners | |
![]() Swahili en Engels op straat |
![]() Nataka ndizi na papai - Mag ik bananen en een papaja? |
| Donderdag
is voor Onno Swahili-dag. Hij probeert elke dag een
uurtje te studeren en donderdag is een mooie oefendag.
Dan komt Demetria de hele dag kleren wassen, schoonmaken
en zij spreekt nauwelijks Engels. Swahili in ruil voor
Engels. Onno heeft in Nederland al een kleine basis gelegd met een taalgidsje van Lonely Planet, de cd-rom Languages of the World met 101 talen en een woordenboekje Nederlands-Swahili (v.v.), dat via internet te koop is. Er bestaat geen echt woordenboek Nederlands-Swahili. In het Lonely Planet-gidsje wordt aangeraden in eerste instantie 'survival-Swahili' te leren: grammaticaal vaak niet correct, maar voor de meeste Tanzanianen wel te begrijpen. Daarmee kom je een heel eind. Maar als Demetria in een strenge bui is, verbetert ze Onno's survival-Swahili genadeloos in correct Swahili. Ze is ook goed in het herformuleren, langzaam uitspreken en uitleggen van zinnen als hij haar niet begrijpt, iets wat veel andere Tanzanianen vaak niet kunnen. Elske heeft totnogtoe weinig Swahili geleerd. Door haar drukke werk komt het er niet echt van. Daarom gaat ze in april vier weken lang een cursus doen. Vijf dagen per week, 's ochtends van zeven tot halfnegen. Swahili en Engels zijn de twee officiële talen van Tanzania, en verder zijn er talloze minderheidstalen. Engels is de werktaal van vooral hoger opgeleiden en Swahili is de taal voor thuis, op straat, op de radio en tv. Kranten zijn er zowel in het Swahili als in het Engels. Het Swahili (officieel: Kiswahili, 'kusttaal') spreken ze in verschillende dialecten in vooral Tanzania en Kenia, maar ook in andere Oost-Afrikaanse landen als Oeganda, Kongo, Rwanda, Burundi, Somalië en Mozambique. Grammaticaal is Swahili een Bantu-taal, met leenwoorden uit bijvoorbeeld het Arabisch, Portugees en Engels. Al lerend komen we (Arabische?) woorden tegen die we kennen uit het Bahasa Indonesia, zoals kamusi (woordenboek, in het Indonesisch: kamus) en karatasi (papier, in het Indonesisch: kertas). Een Swahili-woord dat in het Nederlands is terechtgekomen is safari (reis). De Engelse woorden die het Swahili binnendringen worden meteen onschadelijk gemaakt door ze te 'verswahiliën'. Het Engels wordt fonetisch in Swahili omgezet, en als het woord op medeklinker dreigt te eindigen wordt er een 'i' achter geplakt. Dan krijg je woorden als baisikeli (fiets), betri (batterij), buluu (blauw), chakleti (chocola), chipsi (patat), densi (dans), ikweta (evenaar), kona (hoek), koti (jas), motokaa (auto), pasipoti (paspoort), picha (foto), pinki (roze), stesheni (station), trefiki (verkeer), tishati (T-shirt). Stempu (postzegel) en timu (team) hebben om een of andere reden aan het eind een 'u' gekregen, taulo (handdoek) heeft een 'o'. Sommige leenwoorden worden gebruikt naast een 'authentieker' synoniem. Zo is 'verjaardag' niet alleen bathdei, maar ook siku ya kuzaliwa ('dag van geboren worden') en 'trein' is behalve treni ook gari ya moshi (zoiets als 'stoomwagen'). Als je een Swahili-woord niet kent, kun je dus proberen of ze de Swahili-versie van het Engelse woord begrijpen. Na aankoop van zijn baisikeli moet Onno verschillende keren een fundi (werkman) inschakelen om de aankoop rijklaar te maken en houden. (Fietsen worden als rammelbakken verkocht. De mafundi zitten overal in de stad klaar, met een kleedje met gereedschap langs de kant van de weg.) Het grootste probleem zijn de remmen die niet werken, iets wat vooral heuvelaf problemen geeft. Onno probeert bij de mafundi op de gok het woord breki, wat ze begrijpen en wat, zo blijkt later, ook in het woordenboek staat. Maar wat we niet zelf hadden kunnen verzinnen is kiplefti voor 'rotonde', dat schijnt te zijn afgeleid van een verkeersbord dat vroeger bij rotondes stond. We komen ook mooie woorden tegen zoals kideo en kirus. Deze zijn ontstaan doordat er in het Swahili veel zelfstandige naamwoorden zijn die met ki- beginnen en een meervoud hebben met vi-. Kiatu betekent 'schoen' en viatu zijn 'schoenen'; één kitanda (bed), twee vitanda (bedden). Toen de woorden video en virus van elders kwamen aanwaaien, beschouwden ze die dus als meervoud en hebben ze er zelf de enkelvouden bij gemaakt: één kideo en één kirus. En soms ontdekken we interessante benamingen zoals Kilimanjaro. Kilima betekent 'heuvel', letterlijk 'kleine berg'. We zijn er nog niet achter wat njaro betekent, maar de bijna 6000 meter hoge vulkaan wordt dus 'Njaro-heuvel' genoemd. Terwijl wij in Nederland een 300 meter hoge heuvel ophemelen tot Sint Pietersberg. |
|
| Terug naar weekoverzicht | |