| Week 12, 2004: 15 maart - 21 maart | |
| Mbudya | |
![]() Langs het strand |
![]() "Laten we de kraamkamer van de vissen beschermen" |
| Een
vrouw, die al langer op Mbudya komt, vertelt dat het
koraal bij dit eilandje elk jaar beter wordt. Het is
langzaam aan het herstellen van alle ellende uit het
verleden. Erg populair was het vissen met dynamiet: je
brengt onder water een flinke lading tot ontploffing en
de vissen komen vanzelf boven drijven. Makkelijker kan
het niet, maar het is desastreus voor het koraal. Ook
werden er stukken weggehakt als bouwmateriaal of om ze te
vermalen tot kalkpoeder. Koraal is bovendien erg gevoelig
voor temperatuurveranderingen en watervervuiling. Alleen
al wat dat betreft is het een wonder dat er nog koralen
op de wereld zijn. Mbudya, Pangavini en Bongoyo zijn drie eilandjes vlak voor de kust, aan de noordkant van Dar es Salaam. Mbudya en Bongoyo hebben een strand, Pangavini heeft alleen begroeide rotsen. In het weekend gaan we bij Mbudya een dag snorkelen, samen met Elmar en Suzanna en hun twee zoontjes Samuel en Mozes. Elske kent Elmar via haar werk en hij woont dicht bij ons in de buurt. We rijden in hun auto de stad uit naar het White Sands Hotel, aan de zee. Daarvandaan varen we met een snelle boot in vijf minuten naar het eiland. Mbudya is onbewoond, er staan alleen wat rieten afdakjes tegen de zon. Het White Sands Hotel heet niet voor niets zo: de kust en de eilanden hebben een mooi wit zandstrand. Maar ook qua bezoekers zijn de stranden erg wit. Zulke bounty-eilandjes zijn toch een soort speeltuin voor de 'rijken', die in het ergste geval met een flesje bier in de hand in het water hangen of hun nieuwe jetski uitproberen. Het is eerlijk gezegd ook een erg luxe gevoel die eilanden voor de deur te hebben liggen. En er zomaar een middag naartoe te kunnen, zonder daarvoor eerst twaalf uur of langer te hoeven vliegen. Binnen een uur zijn we vanuit ons huis op een paradijselijk eiland beland, met een onbedorven strand, helder water, een blauwe lucht en fraaie, door de zee uitgeholde rotsen. Je loopt vanaf het witte zand de zee in, steekt je hoofd onder water en zwemt al na een paar meter midden in een tropisch aquarium. Het water is bij Mbudya iets koeler dan langs de kust ten zuiden van Dar es Salaam, waar we eerder hebben gezwommen. De zee nodigt bij Mbudya dus meer tot zwemmen en snorkelen uit dan langs het vasteland. Als we daar gaan zwemmen, worden we snel een beetje loom, net als in een Hongaars bronnenbad. We zijn dan meer aan het badderen dan aan het zwemmen. Bij Mbudya is de watertemperatuur precies lekker. Sinds de drie eilandjes tot natuurreservaat zijn verklaard, gaat het weer de goede kant op met het onderwaterleven. We zien nog wel steeds hele stukken dood koraal, maar op veel andere plekken ziet het er goed uit. Daar zijn dan ook meteen veel vissen, in allerlei kleuren en vormen, zee-egels en grote blauwe schelpdieren. We zien onze favoriete clownsvissen weer: de oranje-witte visjes laten zich lekker masseren door de waaierende anemonen en verstoppen zich daarin als ze je zien aankomen. Het koraal zelf is misschien wat minder kleurrijk en divers dan we ons herinneren van de vakanties op Sulawesi, Flores en Sumbawa in Indonesië, maar er is genoeg te ontdekken. Vooral als we later op de dag bij lager tij een tweede keer gaan snorkelen. We hangen er dan dichter boven en er dringt meer zonlicht door. Dan wordt het echt een sprookje. We kunnen de verschillende soorten koraal nog beter zien, net als alle vissen die ertussen zweven en zich erin verschuilen. Ook krijgt alles een diepere kleur. We dobberen zo tijden aan het wateroppervlak. In alle rust bekijken we het drukke leven onder ons en om ons heen. Grote scholen felblauwe visjes openen zich vlak voor je neus en klappen achter je weer dicht. Voor de kleine vissen zijn wij ongevaarlijke zeewezens; zij zwemmen pas opzij als we dichtbij komen. Alleen de grote vissen gaan er snel vandoor, want zij zien in ons twee hongerige roofdieren. |
|
| Terug naar weekoverzicht | |