| Week 19, 2004: 3 mei - 9 mei | |
| Addis Ababa | |
![]() Mercato |
![]() Arme haan |
| Addis in
Dar is een bekend Ethiopisch restaurant in Dar es Salaam.
En je hebt er ook Dolce Vita, met een half Italiaanse,
half Ethiopische eigenares, waar je aan de helft van de
tafeltjes Italiaans en aan de andere Ethiopisch kunt
eten. Je eet in zulke restaurantjes met je handen en met
z'n allen van één groot bord: grote zurige pannenkoeken
(injera's) met daarop verschillende gerechten in hoopjes.
Net als bij een van de vele Ethiopische restaurantjes in
Amsterdam. Alleen al bij ons huis, rond de hoek
Overtoom/Jan Pieter Heijestraat, zitten er drie. Elske moet voor haar werk onverwacht eerder terug naar Dar es Salaam, zodat Onno in zijn eentje het echte Addis Ababa gaat verkennen. Zijn paspoort wordt afgenomen, waarna hij als enige in een bus van Ethiopian Airlines door het nachtelijke Addis naar het Hilton-hotel wordt gereden. De vliegmaatschappij betaalt vanwege de lange stop (28 uur) een overnachting en drie maaltijden. Het moderne vliegveld van Addis is erg misleidend. Er blijkt in heel Addis namelijk geen enkel pinautomaat te zijn, in het hotel en bij banken kun je alleen geld wisselen. Dat is een verrassing na Dar es Salaam, waar je wel veel pinautomaten hebt. Onno heeft nog 50 dollar, maar die zijn nodig voor een nieuw Tanzaniaans visum. In het Hilton verwijzen ze hem door naar het nog luxere Sheraton, waar je geld met je creditcard moet kunnen krijgen. Addis lijkt een kruising tussen Dar en Iringa: het is een miljoenenstad, maar het ligt op 2300-2500 meter, waardoor het er koeler en droger is. En Addis is gebouwd op heuvels in een vallei. Op veel plekken heb je een mooi uitzicht over de golvende stad tussen de omringende bergen. Op uithangborden en spandoeken het onleesbare schrift, hoewel er hier en daar ook teksten in het Engels zijn. De stijl van veel grotere gebouwen doet socialistisch aan, wat te maken zal hebben met de marxistische kolonel Mengistu die van 1977 tot 1991 in het land huishield. Ook de regel dat je in het hotel alleen kunt betalen met geld dat je bij een overheidsbank hebt gewisseld, lijkt een overblijfsel uit dat verleden. Maar de mensen zijn erg vriendelijk en geïnteresseerd (niet alleen in geld) en ze lijken ondanks alles lol in het leven te hebben. In de buurt van het hotel liggen en zitten veel daklozen, verminkten, schoenpoetsers en bedelaars. Onno laat zich door jongetje door een krottenwijkje naar het Sheraton leiden. Als dank geeft hij hem zijn allerlaatste euromuntjes, waar de jongen natuurlijk niets aan heeft en dan ook wat beteuterd naar kijkt. In het Sheraton blijkt Onno's creditcard net verlopen, waardoor hij de dag dus zonder geld dreigt te moeten doorbregen. (Op zich te doen, omdat het hotel en het eten worden betaald.) Maar door toeval heeft hij nog drie dollarbiljetten op zak, op de heenweg op vliegveld van Dar es Salaam als wisselgeld gekregen bij gebrek aan duizendshillingbiljetten. Tanzaniaanse shillings willen ze jammer genoeg niet hebben en daarom wisselt hij alleen de drie dollar, voor 26 birr. In het Hilton kostte het ontbijt al 50 birr... Het plan om een taxi te nemen en zo in een dag op advies van de chauffeur de 'highlights' van Addis te bezoeken, is met het weinige geld niet uitvoerbaar. Er rijden equivalenten van de Tanzaniaanse daladala's en Indonesische bemo's rond, maar volgens een vrouw moet je de stad en het systeem goed kennen om deze busjes te kunnen gebruiken. Volgens haar zijn de stadsbussen (die heb je niet in Tanzania) bovendien goedkoper: een rit kun je met muntjes betalen, zegt ze, wat minder moet zijn dan 1 birr. Met de bus dus. Na wat rondvragen naar een nummer en een halte lukt het om een bus te vinden naar de Mercato (een naam uit het Italiaanse koloniale verleden). Onno perst zich in de volle, naar mensen ruikende bus en koopt een kaartje voor 0.25 birr. In elk geval naar die 'grootste markt van Afrika', in het westen van de stad. Het blijkt meer een conglomeraat van winkeltjes en kraampjes, dat aan de randen naadloos overgaat in de omliggende krottenwijken. Met allemaal gespecialiseerde gedeelten: schoenen, textiel, keukenspullen, groente, graan, kruiden. De drukke markt maakt een Arabische indruk: veel Ethiopiërs hebben iets Arabisch en er lopen volgepakte ezeltjes tussen de mensen door. Aan de randen van de markt, waar het met kleine kraampjes en nauwe kronkelpaadjes het leukst is, banjert Onno op zijn bergschoenen door een mengsel van modder en rottende groentes. Het is er glibberen en het stinkt er vreselijk, maar er zijn allemaal interessante kraampjes en werkplaatsjes met riet, metaal en aardewerk. Illegale straatverkoopsters rollen haastig hun matjes met koopwaar op, als ze in de verte een politieagent zien komen. Onno loopt er een paar uur rond om de sfeer te proeven, het lekkere weer lijkt op dat van de Nederlandse lente. Ook eindelijk de kans om een karakteristieke Ethiopische koffiepot (9 birr) met rieten houder (2 birr) te kopen, en nog een gekleurd rieten potje (4 birr). De bus brengt hem later keurig terug naar het beginpunt. Alleen kan hij met zijn modderbergschoenen en besmeurde broek niet fatsoenlijk het hotel weer binnenwandelen. Op straat helpt een schoenpoetser hem voor een halve birr uit de brand qua schoenen, en de vieze broek stopt hij daar zo ver mogelijk bij in. De andere bezienswaardigheden van Addis blijven nog even op het verlanglijstje staan. Misschien komt er een keer een volgend bezoek aan de stad, het liefst met wat meer geld op zak. Al hebben de twee busritten, de koffiepot met houder en potje en het laten boenen van de schoenen samen maar 16 birr gekost. Dus van de 26 birr zijn er zelfs nog 10 over. Alleen kun je daarvoor in het Hilton niet eens een drankje kopen. |
|
| Terug naar weekoverzicht | |