Week 23, 2004: 31 mei - 6 juni
Pugu
Uitzicht
Pugu Hills
Elske en Omari
Op één sandaal
Pugu is een heuvelgebied 15 kilometer buiten Dar es Salaam. Het is een beschermd bosgebied en tegen de rand ervan is een restaurant gebouwd, met in de richting van de kust een mooi uitzicht over het laagland. Rond het restaurant staan een paar banda's (tenthutten) en er zijn plekken vrijgemaakt waar je je eigen tent kunt neerzetten. Wij hebben onze tent begin mei uit Nederland meegenomen.
We hebben net een stevige tweedehands auto gekocht (Toyota Landcruiser Prado, door ons bijgenaamd 'De tank'), voor onze komende safari's. Een weekend Pugu-heuvels is een goede gelegenheid om hem te testen. Vooral de laatste kilometers naar het restaurent blijken erg ruig en steil, maar de auto slaat zich er zonder veel moeite doorheen. En we hoeven hem niet eens in de four-wheel drive te zetten.
Wij hebben een wandelweekend in gedachten, want door het bos bij Pugu lopen allerlei paden. Op een vaag kaartje in het restaurant staan schematisch een paar wandelingen aangegeven. Op zaterdag willen we naar een uitzichtpunt, volgens het kaartje een wandeling van een uur. En voor de zondag plannen we een wandeling naar het plaatsje Kisarawe, zo'n zeven kilometer verderop en volgens het kaartje drie tot vier uur lopen. Die tijden moet je vaak met een korrel zout nemen; de wandeling naar het uitzichtpunt is daarom een goede test. De man van het restaurant vraagt of we geen gids willen. Als ze dat vragen, is er bijna altijd een erg duidelijk pad, waar je alleen kunt verdwalen als je blind bent.
In de Pugu-heuvels blijkt het anders. Het pad is vaak onduidelijk en er zijn talloze zijpaadjes. Er zijn ook open plekken die alleen maar op paden líjken. En als er al een duidelijk pad is, is het op veel plekken dichtgegroeid. Er is de laatste tijd waarschijnlijk niet veel gelopen. We kiezen onze route een beetje op geluk. In de hoop dat we wel ergens zullen uitkomen zolang we een duidelijk pad volgen.
Maar het bos en de struiken zijn erg dicht en na een half uur kunnen we niet meer verder. We zien nergens nog een pad en we besluiten terug te gaan. Maar als we even later op een soort kruising komen vanwaaruit we in alle richtingen vastlopen, weten we het niet meer. We zien niet waar we heen moeten. We lopen daarom maar zo veel mogelijk de helling af, door de dichte begroeiing. Overal worden we door verstrengelde struiken en planten aan handen en voeten vastgegrepen, scherpe droge takken en dorens prikken in ons vel. We lopen een eindje door een droge beekbedding en vinden dan weer een pad. Zo komen we snel het bos weer uit, zonder al te veel schrammen. We geven het op en gaan terug naar het restaurant. Daar vragen we toch maar een gids voor de volgende dag.
Op zondag leggen wij ons lot in handen van Omari, die keurig om negen uur klaarstaat. Het duurt alleen even voor hij begrijpt dat we niet met de auto naar Kisarawe willen, maar lopend. Op sandalen die te groot voor hem lijken, gaat hij ons voor. We lopen in de richting van het uitzichtpunt, wat volgens het kaartje niet de goede kant op is, maar we volgen Omari trouw. Pas als we een asfaltweg voor ons zien liggen, snappen we dat hij die wil nemen...
We zeggen hem dat we door het bos willen. Ook goed. Hij draait om en loopt het bos in. We komen langs het uitzichtpunt dat we zelf niet konden vinden, het is alleen te heiig om Dar es Salaam te kunnen zien. Als we verder lopen, gaat Omari's ene sandaal kapot. Geen probleem, zegt hij: op een sandaal en een blote voet loopt hij verder. Wij op onze bergschoenen weer achter hem aan.
Het bos is even dicht als de vorige dag, maar Omari weet steeds een pad in de richting van Kisarawe te vinden. We komen later op een breder pad en Omari laat ons dan kiezen tussen links of rechts. Links gaat volgens hem naar een waterreservoir, rechts naar Kisarawe. Rechts dus, maar al gauw komen we dan weer bij de weg. We zeggen nogmaals dat we door het bos willen, maar volgens hem is er verder geen bospad naar Kisarawe. (Later in het restaurant zien we op het kaartje dat we naar het reservoir hadden moeten gaan om daarvandaan een bospad naar Kisarawe te nemen.)
De laatste kilometers lopen we over de stoffige, onverharde weg. Af en toe stuift er een vrachtauto voorbij. In Kisarawe drinken we een Stoney en eten we dropjes, die Omari ook lekker vind. We hebben nog maar anderhalf uur gelopen, maar we hebben geen zin om dezelfde weg terug te gaan. En ook om Omari's voetzool te sparen nemen we een daladala terug naar Pugu. Van de asfaltweg lopen we het laatste stuk naar restaurant. Daar bedanken we Omari voor zijn diensten en we laten het maar zo.
Te veel wederzijds onbegrip. Zij kunnen zich waarschijnlijk niet voorstellen dat je voor je plezier kilometers in de warme zon gaat wandelen, als je een auto met airco hebt. En als je al gaat wandelen, kunnen ze zich niet voorstellen dat je liever over kleine paadjes door een dicht bos gaat in plaats van over een brede weg. Wij kunnen ons niet voorstellen dat zij denken dat we met de auto willen, als wij een gids vragen. En als je in een bosgebied met wandelpaden bent, kunnen wij ons niet voorstellen dat zij dan denken dat we het via de grote weg willen...
De rest van de middag zitten we te lezen. Zo vermaken we ons ook. Het was alleen niet wat we ons hadden voorgesteld.
Terug naar weekoverzicht