Week 27, 2004: 28 juni - 4 juli
Bagamoyo
Schoonmaak
Verse vis op het strand
Versierd
De deuren blijven heel
We eten een chipsi mayai (omelet met patat erdoorheen) in een stalletje bij de haven van Bagamoyo. Een man komt naast ons zitten en hij begint in grotendeels onverstaanbaar Swahili tegen ons te praten. Hij wil graag geld, vangen we op, maar is uiteindelijk (als hij inziet dat we hem geen geld zullen geven) ook wel tevreden met de patatten die Elske niet op kan. Alleen heeft hij nog maar één tand en het valt hem zichtbaar niet mee om de patat weg te kauwen.
De haven van Bagamoyo is niet meer dan een stuk strand. Visserszeilschepen dobberen er voor de kust. Op het strand zitten mensen druk vis schoon te maken. Ook is er onder een afdak een veilinkje, waar iemand telkens een bundel vis omhoog houdt en die bij afslag aan de man brengt. We zien onder andere baracuda's, garnalen, inktvis, roggen. In stalletjes met bladerendaken wordt veel van de vis in grote, platte ronde pannen boven houtskool gebakken en daarna verkocht. Tanzanianen lijken geen vis in de zon te drogen, zoals we dat wel veel in Azie hebben gezien (en geroken...).
Bagamoyo ligt 60 kilometer ten noorden van Dar es Salaam. Het was van 1887 tot 1891 de hoofdstad van Duits Oost-Afrika. Tegenwoordig is het volgens de Lonely Planet een 'sleepy place' met 'crumbling' gebouwen, en dat klopt precies. Veel van de oude huizen uit de Duitse tijd zijn in verval of al verworden tot overwoekerde ruïnes. De huizen die nog overeind staan zijn meer dan een eeuw geleden dus door Duitsers gebouwd, maar doen ons om een of andere reden Frans aan. Sommige zijn nog redelijk intact: we zien onder andere een oud postkantoor, een fort, een douanegebouw en een school. Bij veel van de huizen die steeds verder afbrokkelen zijn de gedeeltes die niet zijn vervallen nog in gebruik: bij de school alleen de benedenverdieping en bij een woonhuis alleen het voorste gedeelte, terwijl het achterstuk ervan al helemaal is ingestort. Ook zijn bij veel gebouwen en huizen de zwaarhouten, versierde deuren nog intact.
Het plaatsje was in de negentiende eeuw (in de tijd dat Arabieren uit Oman op de eilanden voor de Tanzaniaanse kust hun handelsposten hadden) een belangrijk station in de slavenhandel. Slaven uit de Afrikaanse binnenlanden gingen tot 1873 via Bagamoyo naar de plantages op Zanzibar, of daarvandaan door naar Oman en elders in het Midden-Oosten. In een museumpje bij een missiepost zien we een foto van Maria Ernestina, die de laatste levende ex-slaaf zou zijn geweest en in 1974 is overleden.
Bagamoyo is ook de plaats waar in 1868 de eerste missiepost op het vasteland werd gesticht. En waarvandaan ontdekkingsreizigers als Livingstone en Stanley halverwege de negentiende eeuw het binnenland van het huidige Tanzania verkenden en op zoek gingen naar de bronnen van de Nijl.
Maar in 1891 was het plotseling gedaan met de levendigheid in Bagamoyo. Toen verplaatsten de Duitsers de hoofdstad officieel naar Dar es Salaam, omdat ze de beschermde haven van Dar es Salaam (met een relatief kleine opening tussen twee landtongen) voor hun stoomschepen geschikter achtten dan de open vissershaven van Bagamoyo. Sindsdien is er in Bagamoyo behalve de nog altijd drukke haven weinig meer te beleven en storten de huizen langzaam in. Eigenlijk een wonder dat er nog zoveel overeind staat.
Terug naar weekoverzicht