| Week 29, 2004: 12 juli - 18 juli | |
| Karibu chakula - Eet smakelijk | |
![]() Je kunt overal eten |
![]() Zoete papaja |
| In
Tanzania eten sommige mensen met de handen, anderen met
bestek. Sinds onze reis vorig jaar door Zuid-India zijn
wij goed geoefend in eten met de handen. En er is altijd
wel ergens een kraantje of ze komen langs met een kan
water, zodat je niet met vieze vingers in je eten hoeft
te wroeten. Met de handen eten is voor ons dus geen
probleem. Toch krijgen wij als wazungu
(bleekneuzen) vaak ongevraagd bestek bij ons bord. Het bekendste Oost-Afrikaanse volksvoedsel is ugali. Ugali is een pap van mais- en/of cassavegriesmeel, die tot een stevige koek wordt gestoomd. Het lijkt op de Italiaanse polenta, maar dan wit en fijner van structuur. Met grote lepels worden er een paar stukken uit de koek gehakt en die krijg je op je bord. Samen met bijvoorbeeld wat spinazie, bruine bonen en erwtjes in saus (en kip voor de liefhebbers). Het eten van ugali is wel een opgave, want het is erg machtig, zelfs als je honger hebt. Bovendien moet je ugali op de juiste manier eten. Met je handen dus. Je pakt een stuk van de koek en begint die lekker te kneden, niet een klein beetje, maar echt zo hard mogelijk, tussen je vingers en je handpalm, en het liefst met veel sopgeluid. Eventueel frut je er nog een stuk rijpe banaan doorheen. En we hebben gezien dat je hetzelfde kunt doen met goed plakkende rijst. Zo fabriceer je een flinke, compacte bal. Het is een uitdaging om de klont zo groot mogelijk te maken, dus eventueel pak je er steeds wat ugali bij, tot je je vuist vol hebt. Die bal doop je in een saus en dan stop je hem in je mond. We hebben iemand gezien die ballen maakte van het formaat van een tennisbal. Hij propte ze in een keer in z'n mond, zonder te stikken, en kon al kauwend ook nog een gesprek voeren met degene tegenover hem. Een ander bekend 'gerecht' is chipsi mayai, dat je overal bij stalletjes op straat kunt krijgen. Dit is een dikke witte omelet met patat erdoorheen meegebakken. Je eet die gewoon met wat zout of tomatensaus en pilipili (pepertjes). De omelet is wit, omdat de kippen hier waarschijnlijk niet zo gezond eten en de eidooiers vaak bleek zijn. De patat is erg lekker, van vers gesneden aardappelen en goed gefrituurd in een grote wok olie op een houtskoolvuur. In Nederland geven wij de ugali niet veel kans, maar de chipsi mayai zou in de snackbar best een succes kunnen zijn. Verder worden er in de olie stukken cassavewortel en niet-zoete, groene bananen gefrituurd, die je beide eet met alleen wat zout. Ook worden er overal langs de weg maiskolven geroosterd. Het typisch Tanzaniaanse eten is dus sober (ugali, chipsi, wali (rijst), maharagwe (bonen), mahindi (mais)...) met weinig kruiden. Daar heb je snel genoeg van. Ter compensatie eten we vaak bij de Indiër, de Ethiopiër of een pizza. En thuis proberen we Indonesisch, pasta of noodles te koken. Als het een beetje kan drinken we er een Stoney Tangawizi bij (zie de fotopagina van november 2003). Sprankelende frisdrank met een lekkere gembersmaak. Of we nemen een Kilimanjaro (Tanzaniaans bier in halveliterflessen) of wijn (veelal uit Zuid-Afrika). Bij de Indiër drinken we lassi (yoghurtdrank) en chai masala (thee met kaneel, kardamom en kruidnagel). Chai masala maken we zelf thuis ook. De kaneel is hier erg lekker: geen gedroogde pijpjes, maar zoet geurende snippers van de bast. En water drinken we niet uit de kraan maar uit 5-literflessen. Een typisch Oost-Afrikaans snoepje is ubuyu: de pitten van de vruchten van de baobab. Ze worden vaak gekleurd en in zakjes verkocht. Om de pitten zit een poederig laagje met een zoetzure smaak, dat je eraf kunt sabbelen. Er is altijd volop fruit te krijgen. Bananen, (groene) sinaasappels, avocado's, heerlijk rijpe en zoete mango's, zoete papaja's, verleidelijke passievruchten, zuurzak... en niet eerder gegeten: custard apple (lijkt een soort kleinere variant van de zuurzak maar is zoeter). Soms ook Aziatisch fruit als ramboetan en doerian. En overal zijn cashewnoten en pinda's te koop. Onno had er op gerekend hier zijn eigen brood te moeten bakken (wat zonder oven niet gemakkelijk zou zijn geweest), maar er is overal brood te koop. Het is een beetje zoet, slap witbrood; bruinbrood kun je maar op een paar plekken krijgen. We eten het brood met Tanzaniaanse siagi ya karanga (pindakaas) of asali (honing) (of hagelslag uit Nederland...). Onno leeft er 's ochtends en tussen de middag op. Elske gaat tussen de middag vaak naar een eettentje onder de bomen, niet ver van haar werk. Er staan bakken met rijst, bruine bonen, groente, vis en kip uitgestald. Het is een van de vele naamloze eettentjes en -stalletjes in Dar es Salaam. Maar Elskes tentje heeft wel een bijnaam, want het zit schuin tegenover het Holiday Inn-hotel. Daarom wordt het in de volksmond Holiday Out genoemd. |
|
| Terug naar weekoverzicht | |