| Week 33, 2004: 9 augustus - 15 augustus | |
| Een Burundiër uit Nederland | |
![]() Elskes vader aan de zuurstof |
![]() Prinsengracht |
| Elske
vliegt eerder dan gepland naar Nederland, omdat haar
vader in het VU-ziekenhuis een nieuwe en langere stent
(buis van kunststof en metaal) in zijn luchtpijp krijgt.
Onno vliegt een paar dagen later. De risicovolle operatie
wordt eerst uitgesteld en als de operatie in tweede
instantie wel doorgaat, lukt het de artsen niet het
langere gedeelte te plaatsen. Wij slapen een paar nachten
in het gastenverblijf van het ziekenhuis. Van de rustige
week vakantie die we in gedachten hadden, komt niet veel
terecht. In het weekend zitten we nog wel even langs de
Prinsengracht te kijken naar de kleurrijke Canal Parade
van de Gay Pride. (Hoe leggen we dat uit in Tanzania,
waar je als homo officieel 14 jaar gevangenisstraf kunt
krijgen?) En gelukkig is het in Nederland de hele week
hetzelfde mooie weer als in Tanzania (waar het nu
'winter' is). In het vliegtuig terug naar Dar es Salaam zitten we naast een man met een drankprobleem. Achter in zijn broek heeft hij een in een doek gewikkelde fles whisky verborgen. Als de stewardessen even niet kijken, graait hij de fles uit zijn broek, klokt snel wat wat van het bruine vocht naar binnen en stopt de fles weer terug. De fles houdt hij bij het drinken zo veel mogelijk in de doek. Soms heeft hij ergere dorst en schenkt hij voor zichzelf een bekertje vol, dat hij dan weer onder een servetje verstopt. De hele vlucht van Amsterdam naar Addis Ababa (Ethiopië) ademt hij zijn kegel rond en kijkt hij ietwat wazig uit z'n ogen. Hij blijkt een reden te hebben voor zijn drankprobleem. Hij vertelt in redelijk goed Nederlands dat hij uit Burundi komt en sinds 1996 in Nederland woont. Na de slachtpartijen in Rwanda in 1994 werd het ook onrustig in Burundi, dat ook door Hutu's en Tutsi's wordt bevolkt. (Of de man een Hutu of een Tutsi is, wordt ons niet duidelijk). Op zijn 24e vluchtte hij het land uit. Hij werkte voor een Nederlandse missionaris en die heeft hem en nog een stel anderen aan een ticket naar Nederland geholpen. Hij heeft nu een Nederlands paspoort en woont in Groningen. En hij heeft een diploma als elektricien en een vaste baan. Maar sinds zijn vlucht heeft hij zijn familie niet meer gezien. Alleen een neef, met wie hij naar Nederland kwam. Die overleed na acht maanden, want hij had malaria, maar herkende zijn ziekte niet. (Dat is de ellende van malaria: de verschijnselen lijken soms erg op die van griep.) De man is nooit teruggeweest naar Burundi en is voorlopig ook niet van plan terug te gaan, zegt hij. Via het Rode Kruis heeft hij geprobeerd te achterhalen of zijn familie nog in leven is, maar hij heeft geen informatie over hen kunnen krijgen. Nu reist hij net als wij naar Dar es Salaam. Daarvandaan wil hij naar een vluchtelingenkamp bij het Victoriameer, ten westen van Mwanza (zie kaart). Daar zijn na tien jaar nog steeds kampen voor gevluchte Rwandezen en Burundiërs, waar een volgende generatie inmiddels opgroeit. Als we na een nacht in Addis Ababa doorvliegen naar Dar es Salaam, zien we de Burundiër niet meer in het vliegtuig. Zou hij zich in zijn roes verslapen hebben? Of de tocht toch niet aandurven? We krijgen te maken met onverwachte turbulentie. Net als we aan het eten zijn. Vooral achter in het vliegtuig waar wij zitten gaat het er heftig aan toe. We worden flink op en neer geschud. Bij de eerste en de tweede hobbel houden we onze maaltijdplateautjes nog net in bedwang, maar bij de derde schok moeten we alles laten gaan. We hebben nog nooit zoveel eten en drinken tegelijk de lucht in zien vliegen. (Iets voor het Guinness Book of Records?) Wat de gevolgen zijn, is niet moeilijk te raden. Later ontdekken we de Burundiër toch weer. Hij is nog steeds aan de whisky. En we hadden hem niet herkend, omdat hij in plaats van in spijkerbroek en sportschoenen in een net (maar door het eetfestijn bevlekt) pak rondloopt. Hij is klaar voor zijn zoektocht. Wij hopen dat die wat oplevert. |
|
| Terug naar weekoverzicht | |