Week 37, 2004: 6 september - 12 september
Het kortste pad
Kisiju
Boot?
Kisaki
Band?

Als je schrijver wilt worden, kun je een ingewikkelde route volgen. Je begint met een studie econometrie in Groningen, promoveert daar vervolgens ook als milieukundige, gaat dan naar Amsterdam om als milieukundige je vervangende dienstplicht te vervullen en kiest daarna voor een baan als puzzelredacteur. En als je uitgepuzzeld bent houd je jezelf als webredacteur in leven met allerlei freelance-opdrachten, en met kortstondig aanstellingen als acquirerend redacteur bij uitgeverij Querido en als onderzoeker bij de Algemene Rekenkamer in Den Haag. Tussendoor publiceer je twee literaire wandelgidsen en twee dichtbundels. En dan ben je schrijver, of zoiets. Gerrit Komrij neemt een gedicht van je op in Komrij's Nederlandse poëzie van de 19de tot en met de 21ste eeuw in 2000 en enige gedichten en meteen daarop verhuis je voor twee jaar naar Tanzania. Je reist je vriendin achterna, die in Tanzania een bijdrage gaat leveren aan de uitvoering van het nationale aidsbehandelingsprogramma.
Zo zit je dan als afgestudeerd econometrist, gepromoveerd milieukundige en dichter in Dar es Salaam. Je bent niet eerder in Afrika geweest. Er blijkt in de voormalige hoofdstad van Tanzania niet veel te beleven en je hebt weinig afleiding. Palmen, verlaten stranden, lege savannes, de Indische Oceaan: ideale omstandigheden om je schrijfwerk te concentreren. Je hebt alle vrijheid en rust om je aan de literatuur te wijden. Je neemt je dus voor een zoveelste romanpoging te wagen, want niemand zal je daarbij lastig vallen. Eindelijk ben je waar je wezen wilt.
Nederland lijkt erg ver weg en langzaam verwateren je herinneringen aan je oude leventje. Je leert Swahili. Het woord 'econometrie' kun je al bijna niet meer spellen en je weet absoluut niet meer hoe het met de prijselasticiteit gesteld is (goed? slecht?) of wat er in Bretton Woods gebeurde. Of wat het verschil is tussen concaaf en convex. Laat staan wanneer rijen of reeksen wel of niet zouden convergeren. Matrices, regressiecoëfficiënten, parameters, standaarddeviaties... het is allemaal een pot nat geworden. Namen als Pareto, Keynes, Smith, Pikkemaat, Nieuwenhuis, Steerneman, Ponstein, Schweigman en Tinbergen zijn niet meer dan echo's uit een heel ver en vaag verleden. En het enige wat uit je carrièreverloop duidelijk is geworden is dat je van kortstepadalgoritmes weinig kaas gegeten hebt.
Die paar dingen die je je nog wel van je studie econometrie herinnert blijken van weinig nut bij het beantwoorden van de vragen die een nieuw leven in Tanzania met zich meebrengt. Hoe verklaar je dat, als de benzineprijs in een paar maanden tijd met 20% stijgt, de prijs van een rit met de daladala (OV-busje) met 67% omhooggaat? Wat is de optimale methode om zo veel mogelijk kilo's op je hoofd te dragen? Als de boot vandaag niet vaart, wanneer zal die waarschijnlijk dan wel gaan? Als je met een lekke band in een kneuterdorp bent gestrand en je hebt geen sleutel van het reservewiel, wat doe je dan? Hoeveel muggenbeten kun je statistisch gezien hebben, voor je malaria krijgt? Waarom komt er geen water uit de kraan?
Maar helaas blijft je econometrische verleden je achtervolgen. Zelfs op 7531 kilometer afstand weten ze je te vinden. De organisatie van het 78ste lustrum van de Rijksuniversiteit Groningen vraagt of je een lezing wil geven over hoe je na een degelijke studie econometrie toch nog van het rechte pad kon raken. En kort daarna krijg je het verzoek om een stukje te schrijven voor de nieuwsbrief van de alumnivereniging van Groninger econometristen Omega... Nee, het leven van een verdwaalde econometrist gaat niet over rozen. Krijg je dan nooit eens echt rust?
(Geschreven als bijdrage aan de nieuwsbrief van Omega, de alumnivereniging van Groninger econometristen)

Terug naar weekoverzicht