Als je schrijver wilt worden, kun je een
ingewikkelde route volgen. Je begint met een studie
econometrie in Groningen, promoveert daar vervolgens ook
als milieukundige, gaat dan naar Amsterdam om als
milieukundige je vervangende dienstplicht te vervullen en
kiest daarna voor een baan als puzzelredacteur. En als je
uitgepuzzeld bent houd je jezelf als webredacteur in
leven met allerlei freelance-opdrachten, en met
kortstondig aanstellingen als acquirerend redacteur bij
uitgeverij Querido en als onderzoeker bij de Algemene
Rekenkamer in Den Haag. Tussendoor publiceer je twee
literaire wandelgidsen en twee dichtbundels. En dan ben
je schrijver, of zoiets. Gerrit Komrij neemt een gedicht
van je op in Komrij's Nederlandse poëzie van de 19de
tot en met de 21ste eeuw in 2000 en enige gedichten en
meteen daarop verhuis je voor twee jaar naar Tanzania. Je
reist je vriendin achterna, die in Tanzania een bijdrage
gaat leveren aan de uitvoering van het nationale
aidsbehandelingsprogramma.
Zo zit je dan als afgestudeerd econometrist, gepromoveerd
milieukundige en dichter in Dar es Salaam. Je bent niet
eerder in Afrika geweest. Er blijkt in de voormalige
hoofdstad van Tanzania niet veel te beleven en je hebt
weinig afleiding. Palmen, verlaten stranden, lege
savannes, de Indische Oceaan: ideale omstandigheden om je
schrijfwerk te concentreren. Je hebt alle vrijheid en
rust om je aan de literatuur te wijden. Je neemt je dus
voor een zoveelste romanpoging te wagen, want niemand zal
je daarbij lastig vallen. Eindelijk ben je waar je wezen
wilt.
Nederland lijkt erg ver weg en langzaam verwateren je
herinneringen aan je oude leventje. Je leert Swahili. Het
woord 'econometrie' kun je al bijna niet meer spellen en
je weet absoluut niet meer hoe het met de
prijselasticiteit gesteld is (goed? slecht?) of wat er in
Bretton Woods gebeurde. Of wat het verschil is tussen
concaaf en convex. Laat staan wanneer rijen of reeksen
wel of niet zouden convergeren. Matrices,
regressiecoëfficiënten, parameters,
standaarddeviaties... het is allemaal een pot nat
geworden. Namen als Pareto, Keynes, Smith, Pikkemaat,
Nieuwenhuis, Steerneman, Ponstein, Schweigman en
Tinbergen zijn niet meer dan echo's uit een heel ver en
vaag verleden. En het enige wat uit je carrièreverloop
duidelijk is geworden is dat je van kortstepadalgoritmes
weinig kaas gegeten hebt.
Die paar dingen die je je nog wel van je studie
econometrie herinnert blijken van weinig nut bij het
beantwoorden van de vragen die een nieuw leven in
Tanzania met zich meebrengt. Hoe verklaar je dat, als de
benzineprijs in een paar maanden tijd met 20% stijgt, de
prijs van een rit met de daladala (OV-busje) met
67% omhooggaat? Wat is de optimale methode om zo veel
mogelijk kilo's op je hoofd te dragen? Als de boot
vandaag niet vaart, wanneer zal die waarschijnlijk dan
wel gaan? Als je met een lekke band in een kneuterdorp
bent gestrand en je hebt geen sleutel van het
reservewiel, wat doe je dan? Hoeveel muggenbeten kun je
statistisch gezien hebben, voor je malaria krijgt? Waarom
komt er geen water uit de kraan?
Maar helaas blijft je econometrische verleden je
achtervolgen. Zelfs op 7531 kilometer afstand weten ze je
te vinden. De organisatie van het 78ste lustrum van de
Rijksuniversiteit Groningen vraagt of je een lezing wil
geven over hoe je na een degelijke studie econometrie
toch nog van het rechte pad kon raken. En kort daarna
krijg je het verzoek om een stukje te schrijven voor de
nieuwsbrief van de alumnivereniging van Groninger
econometristen Omega... Nee, het leven van een verdwaalde
econometrist gaat niet over rozen. Krijg je dan nooit
eens echt rust?
(Geschreven als bijdrage aan de nieuwsbrief van
Omega, de alumnivereniging van Groninger econometristen)
|