Nadat we een nacht in de tuin van een hotel
in Morogoro (200 kilometer ten westen van Dar es Salaam)
hebben gekampeerd, gaan we op zondag naar Nugutu. Nugutu
is een klein dorpje, op de hellingen van de
Uluguru-bergen, direct tegen de buitenwijken van Morogoro
aan. In het dorp (305 inwoners), waar van oorsprong
mensen van het Luguru-volk wonen, organiseren ze een
cultureel programma. Je wordt geacht in Morogoro bij een
kantoortje van de Wildlife Conservation Society of
Tanzania een gids te regelen, die jou meeneemt naar het
dorp en daar introduceert. Maar het kantoortje is
gesloten en we moeten tot maandag wachten, zeggen de
bewakers. Erg handig dat je in het weekend geen gids kunt
regelen...
Op goed geluk en met wat vragen vinden we de weg naar
Nugutu, dat te klein is om op onze kaarten aangegeven te
staan. Over een hobbelige zandweg rijden we vanuit de
vlakte van Morogoro langzaam een eind omhoog, tot de weg
op een gegeven moment ergens tussen de huizen eindigt. Op
een krukje zit een man onder de mangoboom naast zijn huis
in wat papieren te bladeren. Als we hem willen vragen
waar we zijn, stelt hij zich vriendelijk voor als het
dorpshoofd van Nugutu. Het dorp bestaat uit verspreide
huizen op de hellingen, met daartussen mango-, bananen-,
citroenbomen en veldjes mais, zoete aardappel, tomaten en
ananassen. Mannen maken lage houten klapstoeltjes met een
gekarteld mesje aan een van de zijden, waarmee je
kokosnoten kunt leegraspen. Ook worden er uit de rode
aarde stenen gesneden, die simpelweg in de zon liggen te
drogen.
Het dorpshoofd heeft een handgeschreven tarievenlijst met
activiteiten die je in het dorp kunt bekijken. We kiezen
voor dans, koken en eten en het geheimzinnige 'ritual
taboo'. Op een bankje bij het huis van het dorpshoofd
gaan we rustig zitten wachten tot er van overal mannen
verschijnen, met grote handtrommels, marimba's, een
metalen slaginstrument en een soort sambaballen gemaakt
van blikjes. De vellen van de trommels worden opgewarmd
rond een vuur en daarna graven ze de trommels half in de
rode aarde in. Voor we het weten is het optreden
begonnen, op het veldje onder de mangoboom, dat een
centraal punt in het dorp lijkt te zijn. Kleine jongetjes
dansen zingend in een draaiende cirkel om de muzikanten
heen. En ook wij draaien zwetend een paar rondjes mee, al
vindt Elske dat Onno's wilde gedans te veel op pogoën
lijkt.
We eten onze lunch in een hutje bij het huis van het
dorpshoofd: ugali (maispap) met bruine bonen en
een mengsel van gekookte tomaten en blaadjes van de zoete
aardappel. En bananen als toetje. We drinken er pombe
bij, het Tanzaniaanse lokale 'bier': een bruinwitte,
troebele, friszure alcoholische drank zonder koolzuur,
gebrouwen van gierst. Het is voor het eerst dat we zulk
bier drinken; volgens sommigen smaakt het naar braaksel,
maar dat valt best mee.
Bij het 'ritual taboo' trekken het dorpshoofd en een
andere man rieten rokjes over hun kleren aan en banden
van hetzelfde materiaal om hun bovenarmen. Ze zeggen dat
ze hun ritueel speciaal voor ons gaan opvoeren, om ons
een goede reis en een lang leven te wensen. Ze zingen
wat, zeggen spreuken op en tikken elkaar tussendoor met
een aardewerken kruik op het hoofd. Ook zwaaien ze met
hun magische kwast, een grote pluim harig materiaal (het
uiteinde van een koeienstaart?) aan een stokje. En ze
drinken snel achter elkaar grote hoeveelheden pombe
uit de kruik. Na dit ritueel is onze toekomst
veiliggesteld.
(wordt vervolgd)
|