Week 39, 2004: 20 september - 26 september
Op bezoek bij Waluguru (vervolg)
Elske en Michael
De helling op
Huis van de genezeres
Nog niet thuis

(vervolg)
We hebben nog wat tijd over en een man neemt ons mee het dorp uit, verder de steile helling op. We klimmen met de pombe in onze benen in de hete zon een paar honderd meter omhoog, naar het dorpje Madola, dat volgens de reisgids zes huizen heeft, waarvan wij er maar vier tellen. In Madola woont een bekende traditionele genezeres. Sinds haar zesde geneest ze mensen met een combinatie van rituelen en kruiden, en ze staat bekend om haar voorspellingen en helderziendheid. Als we op het kleine plateau van Madola aankomen is zij er niet, maar iemand gaat haar zoeken. Ze zwerft elders op de helling om wat groente te plukken.
Ze heeft een mooie grote lemen hut, helemaal rond met een rieten puntdak, en met in het midden één ronde kamer. Vers aangebrachte leem is nog rood, de oudere leem is zwartgeblakerd door de rook van een vuurtje. Op het vuurtje in de ringvormige ruimte tussen de kamer en de buitenwand staat een pan te pruttelen. Voor het huis liggen overal gebroken wortels, geurige takjes en stukken schors te drogen.
Als bibi ('mevrouw' of 'oma') is gevonden, worden wij achter in haar huis genodigd, waar we in het donker op kleine krukjes zitten. Ze opent aan de achterkant van de ronde kamer een gordijn en begint met haar consult. Ze heeft lange kettingen om en kleine gevulde zakjes aan een touwtje om haar bovenarm. Ze rommelt wat met een grote hoorn, een halve kalebas en allerlei schaaltjes en kommetjes. Verder doet ze niet zoveel en het blijkt de bedoeling dat wij haar hulp inroepen, voor ze werkelijk kan beginnen. Waarmee kan ze ons helpen? Vertwijfeld zoeken we, gezond als we zijn, naar een kwaal. Onno herinnert zich gelukkig een zeurend pijntje in zijn buik, dat zich lang heeft laten gelden, maar in Tanzania grotendeels verdwenen lijkt. In Nederland kon de huisarts niets vinden, dus dat is een mooie aanleiding om de hulp van bibi in te roepen. Tanzanianen gaan vaak voor de zekerheid ook nog even langs een mganga wa kienyeji, als ze eerst al bij een officiële arts zijn geweest. Het zekere voor het onzekere.
Als de vrouw Onno's klacht heeft aangehoord, weet ze genoeg. Ze gaat meteen met haar spullen aan de slag. Stemloos pratend maalt ze met een steen een poeder fijn op een houten blad. Ze doet het poeder in een rieten schaaltje en laat daarna van het poeder en wat andere vage ingrediënten een kruidenthee zetten. In een vieze beker krijgen we de thee aangereikt. We proeven zoethout. Ook krijgen we een lik uit een kleine kalebas gevuld met gekruide honing, van een stokje dat als deksel van de kalebas dient. En tot slot volgt het echte medicijn: een of ander droog takje, dat we thuis in een fles water moeten doen. Van het water moeten we dan twee maanden lang, tweemaal daags een klein beetje drinken. Tienduizend shilling kost het takje, maar als we tegensputteren en eerbiedig vijfduizend voor haar op de grond leggen, is dat ook goed.
We bedanken bibi vriendelijk en ze doet ons het dringende verzoek vooral weer langs te komen als de kwaal niet verdwijnt. Maar we denken niet dat dat nodig is, want we voelen ons al weer helemaal beter. Aangesterkt door de thee, de honing en het medicijn in de broekzak, dalen wij met onze gids snel weer af naar Nugutu. En vanuit het gemoedelijke dorpsleven in de Luguru-dorpjes rijden we in drie uur terug naar de hectiek van de miljoenenstad Dar es Salaam.

Terug naar weekoverzicht