Het Tanzaniaanse nationale
aids-behandelingsprogramma kan bijna beginnen. De
voorbereidingen zijn in volle gang en de eerste
medicijnen zijn vanuit India in Tanzania aangekomen.
Elske is nog steeds bezig met de beoordeling van
ziekenhuizen en de verbeterplannen die daaruit moeten
voortkomen. Zodra de medicijnen zijn gedistribueerd naar
de ziekenhuizen en artsen zijn getraind, kan er in de
'goedgekeurde' ziekenhuizen begonnen worden met het
behandelen van patiënten. (In de praktijk heeft de
regering, mede vanwege de verkiezingen in 2005, zoveel
haast, dat het haar weinig uitmaakt of een ziekenhuis er
wel of niet klaar is...) De eerste patiënten krijgen dan
gratis medicijnen, en de behandeling is voortaan
toegankelijk voor iedereen die weet en durft te erkennen
dat hij aids heeft. Wel moet iemands toestand erg genoeg
zijn (dat wil zeggen: het afweermechanisme moet flink
zijn verzwakt) om meteen voor behandeling in aanmerking
te komen.
In een derdewereldland als Tanzania is zo'n landelijk
programma een risico op zich. Je kunt nu al voorspellen
dat het allerlei onvoorziene en ongewenste (bij)effecten
zal hebben. Ook bestaat het gevaar dat zo'n grootschalig
programma volledig vastloopt door overmatige
bureaucratie, corruptie en het ontbreken van
organisatorisch vermogen. In het ergste geval zal over
een paar jaar geconcludeerd worden dat het programma
volledig is mislukt, de situatie alleen maar erger is
geworden en er weer vele tientallen miljoenen dollars in
een bodemloze put zijn verdwenen. In Malawi schijnen
magazijnen vol aids-medicijnen klaar te liggen om
gebruikt te worden. Maar tegen de tijd dat het zover is,
zal de houdbaarheidsdatum van de medicijnen allang zijn
verstreken...
De laatste jaren is er in Tanzania veel gedaan aan
preventie (condooms) en voorlichting, en er is hoop dat
die aanpak als resultaat heeft gehad dat mensen
voorzichtiger zijn geworden. Maar als iedereen gratis
medicijnen kan krijgen en je aan de gevolgen van aids
niet direct meer dood hoeft te gaan, zal dat resultaat
waarschijnlijk deels teniet worden gedaan. Weg
voorzichtigheid; in de Westerse wereld is dat effect al
merkbaar. Het virus zal zich sneller verspreiden dan
ooit, vrezen sommigen. Gelukkig is bij patiënten die
behandeld worden de concentratie van het virus in het
bloed lager, waardoor er minder snel besmetting zal
optreden.
Er zijn mensen die zich afvragen waarom er zoveel
aandacht is voor aids en niet voor malaria. Het zou
kunnen dat de extra aandacht voor aids ten koste gaat van
die voor malaria. In Tanzania is malaria in absolute
aantallen nog steeds doodsoorzaak nummer één (125.000
doden per jaar; het aantal aids-doden is onbekend, omdat
aids-patiënten officieel vaak dood gaan aan tuberculose
of huidinfecties). Een argument om toch veel aandacht en
geld aan aids te besteden, is dat malaria vooral fataal
is voor kinderen onder de vijf jaar en andere zwakke
mensen zoals ouderen en zieken. Wie sterk en gezond is
gaat vaak niet dood aan malaria. Aids maakt daarentegen
vooral slachtoffers in de groep van 18 tot 40 jaar, de
groep waar het land economisch gezien het zwaarst op
leunt. Als daar de klappen vallen, ligt het hele land op
zijn gat.
Meer in het algemeen wordt gevreesd dat de behandeling
van aids nadelig zal zijn voor de rest van de
gezondheidszorg. Voor het nationale programma is veel
geld en menskracht nodig. Als er (veel) geld is voor
aidsbehandeling en je artsen speciaal daarvoor gaat
trainen, loop je dan niet het risico dat dit ten koste
gaat van de verzorging van andere ziektes? Dat het
aidsprogramma als het ware de rest van de gezondheidszorg
leegzuigt? Er zijn nu al veel te weinig (goede) artsen en
verpleegkundigen in het land. Als die zich straks
allemaal op aids gaan richten, wordt er bij wijze van
spreken niemand meer geopereerd. Dat is een risico. Aan
de andere kant is er ook hoop dat de aandacht voor aids
juist een positief effect op de gehele gezondheidszorg
zal hebben. Dat er nu eindelijk geld is voor extra mensen
en apparatuur, die ook voor andere ziektes en patiënten
ingezet zullen worden. En dat de moeite die wordt gedaan
om ervoor te zorgen dat de ziekenhuizen voldoende
uitgerust zijn om aan het nationale programma mee doen,
ook de kwaliteit van de gezondheidszorg in het algemeen
zal verhogen.
In een arm land als Tanzania staat het nationale
aids-behandelingsprogramma natuurlijk niet op zichzelf.
Er wordt soms honger geleden en Tanzania heeft te maken
heeft met grootschalige milieuproblemen als ontbossing.
Als er door de droogte voedseltekorten ontstaan, moet
beschikbaar overheidsgeld dan aan eten besteed worden of
aan aidsbestrijding? De laatste jaren is er voldoende
voedsel in het land, maar het regent structureel te
weinig, waardoor er ook veel oogsten mislukken. In de
nabije toekomst zou dat opnieuw tot tekorten kunnen
leiden. Wat is erger: mensen die doodgaan van de honger
of mensen die sterven aan aids? Zal dan ook het argument
gebruikt worden dat het voornamelijk de zwakkeren in de
samenleving zijn die sterven van de honger en dat vooral
de werkende bevolking doodgaat aan aids?
Naar verwachting zullen in elk geval de giraffen en de
zebra's blij zijn met het nationale programma. Veel arme
mensen met aids, die geen geld hebben voor medicijnen,
zoeken nu hun heil bij traditionele genezers, die
medicijnen maken van planten en kruiden. Sinds kort is
het gerucht ontstaan dat een soep van giraffe- of
zebravlees of -vet een middel tegen aids zou zijn. Daarom
worden er ineens meer dieren gestroopt en overal worden
ontvleesde skeletten gevonden. Als aids-patiënten zonder
geld straks gratis medicijnen krijgen, kunnen de giraffen
en de zebra's hopelijk weer rustig grazen.
|