Week 44, 2004: 25 oktober - 31 oktober
Stone Town
Koffie
Soko Muhogo
Broers?
Soko Muhogo

We zien een man een boek lezen. Dat is iets uitzonderlijks, want je ziet zelden een Tanzaniaan met een boek. Tanzanianen zijn geen lezers. De man blijkt dan ook een gek. Hij strijkt een lucifer af en dooft die tussen de bladzijden, alsof hij zo het vuur wil vangen. Ook bewaart hij een platte steen en een touwtje in het boek. Hij haalt zijn spulletjes eruit, bladert druk in het boek, draait het in de lengteriching een halve slag en bladert opnieuw door het boek. Dat ritueel herhaalt zich een paar keer. Ondertussen schudt hij wild met zijn hoofd en is hij druk in gesprek met de onzichtbare vriend die naast hem zit.
We zijn ergens midden in het oude, negentiende-eeuwse centrum van Stone Town, de hoofdstad van kruideneiland Zanzibar. De stad dankt zijn naam aan het feit dat alle huizen van steen zijn, wat ten tijde van de bouw iets unieks was in Afrika. We zitten koffie te drinken op een baraza aan een miniscuul pleintje. Baraza is Swahili voor onder andere 'balkon', maar in Stone Town is het een karakteristieke massieve stenen bank die buiten tegen de gevel van woonhuizen is gebouwd. Het pleintje (onze favoriete plek in de stad) heet Soko Muhogo, wat 'cassavemarkt' betekent. Het is druk op het pleintje; aan het einde van de middag hangen mannen en kinderen er kletsend op de baraza's.
Volgens de Rough Guide van Tanzania is Stone Town de 'fascinerendste en sfeervolste Afrikaanse stad ten zuiden van de Sahara'. Dat wilden we natuurlijk weleens met eigen ogen, oren, tong en neus ervaren. Daarom zijn we, meer dan een halfjaar nadat we in Dar es Salaam zijn aangekomen, eindelijk een keer naar Zanzibar gegaan, dat met een snelle boot in ruim anderhalf uur is te bereiken. We slapen in een simpel guesthouse, waar we een kamer (nummer 0) op het dak krijgen. Vanuit de kamer hebben we uitzicht over de daken van het centrum en op de minaretten die ons 's nachts en 's ochtendsvroeg uit de slaap halen.
Het oude centrum van de havenstad Stone Town staat op de UNESCO-lijst van werelderfgoed. Het is een wirwar van kleine rechte en gebogen straatjes en stegen, met stenen huizen van een paar verdiepingen hoog. Straatjes om in rond te dwalen en te verdwalen. De huizen hebben mooie houten balkons en beneden grote, dubbele houten deuren die met snijwerk zijn versierd. Hier en daar is een huis opgeknapt, maar veel huizen zijn slecht onderhouden. Toch zijn ze allemaal bewoond. De ezels, die we later nog wel aan de rand van de stad zien, zijn in het centrum vervangen door fietsen en scooters. De straatjes zijn gelukkig te smal voor auto's.
De bevolking van Stone Town bestaat uit Afrikaanse Tanzanianen, Arabische Tanzanianen en Indiase Tanzanianen. In tegenstelling tot het vasteland, waar christenen en moslims elkaar aardig in evenwicht houden, is 95% van de inwoners van Zanzibar moslim. Maar ook de moslims in hun lange traditionele gewaden en met geborduurde hoedjes of hoofddoeken hebben modieuze schoenen aan en een mobieltje in de hand.
Nadat we in de avondschemering koffie hebben gedronken op Soko Muhogo, eten we bij Two Tables. Daar schuif je op het balkon met andere gasten aan een van de twee tafels aan en maken de eigenaar en zijn kleindochter na het eten een Arabisch dansje. (Het fenomeen 'huiskamerrestaurant' is dus ook tot Stone Town doorgedrongen.) En als we later op de avond bij het guesthouse terugkomen, is daartegenover een bruiloftsfeest aan de gang. Gelokt door de muziek nemen we een kijkje. We komen in een grote zaal vol met vrouwen, die gekleed in kleurrijke doeken op matten op de grond zitten of aan het dansen zijn.
(wordt vervolgd)

Terug naar weekoverzicht