We zien een man een boek lezen. Dat is iets
uitzonderlijks, want je ziet zelden een Tanzaniaan met
een boek. Tanzanianen zijn geen lezers. De man blijkt dan
ook een gek. Hij strijkt een lucifer af en dooft die
tussen de bladzijden, alsof hij zo het vuur wil vangen.
Ook bewaart hij een platte steen en een touwtje in het
boek. Hij haalt zijn spulletjes eruit, bladert druk in
het boek, draait het in de lengteriching een halve slag
en bladert opnieuw door het boek. Dat ritueel herhaalt
zich een paar keer. Ondertussen schudt hij wild met zijn
hoofd en is hij druk in gesprek met de onzichtbare vriend
die naast hem zit.
We zijn ergens midden in het oude, negentiende-eeuwse
centrum van Stone Town, de hoofdstad van kruideneiland
Zanzibar. De stad dankt zijn naam aan het feit dat alle
huizen van steen zijn, wat ten tijde van de bouw iets
unieks was in Afrika. We zitten koffie te drinken op een baraza
aan een miniscuul pleintje. Baraza is Swahili
voor onder andere 'balkon', maar in Stone Town is het een
karakteristieke massieve stenen bank die buiten tegen de
gevel van woonhuizen is gebouwd. Het pleintje (onze
favoriete plek in de stad) heet Soko Muhogo, wat
'cassavemarkt' betekent. Het is druk op het pleintje; aan
het einde van de middag hangen mannen en kinderen er
kletsend op de baraza's.
Volgens de Rough Guide van Tanzania is Stone
Town de 'fascinerendste en sfeervolste Afrikaanse stad
ten zuiden van de Sahara'. Dat wilden we natuurlijk
weleens met eigen ogen, oren, tong en neus ervaren.
Daarom zijn we, meer dan een halfjaar nadat we in Dar es
Salaam zijn aangekomen, eindelijk een keer naar Zanzibar
gegaan, dat met een snelle boot in ruim anderhalf uur is
te bereiken. We slapen in een simpel guesthouse, waar we
een kamer (nummer 0) op het dak krijgen. Vanuit de kamer
hebben we uitzicht over de daken van het centrum en op de
minaretten die ons 's nachts en 's ochtendsvroeg uit de
slaap halen.
Het oude centrum van de havenstad Stone Town staat op de
UNESCO-lijst van werelderfgoed. Het is een wirwar van
kleine rechte en gebogen straatjes en stegen, met stenen
huizen van een paar verdiepingen hoog. Straatjes om in
rond te dwalen en te verdwalen. De huizen hebben mooie
houten balkons en beneden grote, dubbele houten deuren
die met snijwerk zijn versierd. Hier en daar is een huis
opgeknapt, maar veel huizen zijn slecht onderhouden. Toch
zijn ze allemaal bewoond. De ezels, die we later nog wel
aan de rand van de stad zien, zijn in het centrum
vervangen door fietsen en scooters. De straatjes zijn
gelukkig te smal voor auto's.
De bevolking van Stone Town bestaat uit Afrikaanse
Tanzanianen, Arabische Tanzanianen en Indiase
Tanzanianen. In tegenstelling tot het vasteland, waar
christenen en moslims elkaar aardig in evenwicht houden,
is 95% van de inwoners van Zanzibar moslim. Maar ook de
moslims in hun lange traditionele gewaden en met
geborduurde hoedjes of hoofddoeken hebben modieuze
schoenen aan en een mobieltje in de hand.
Nadat we in de avondschemering koffie hebben gedronken op
Soko Muhogo, eten we bij Two Tables. Daar schuif je op
het balkon met andere gasten aan een van de twee tafels
aan en maken de eigenaar en zijn kleindochter na het eten
een Arabisch dansje. (Het fenomeen 'huiskamerrestaurant'
is dus ook tot Stone Town doorgedrongen.) En als we later
op de avond bij het guesthouse terugkomen, is daartegenover
een bruiloftsfeest aan de gang. Gelokt door de muziek
nemen we een kijkje. We komen in een grote zaal vol met
vrouwen, die gekleed in kleurrijke doeken op matten op de
grond zitten of aan het dansen zijn.
(wordt vervolgd)
|