Week 45, 2004: 1 november - 7 november
Stone Town (vervolg)
In bloei
Kruidnagel
Combi
Nootmuskaat (donkerbruin) en foelie (rood)

(vervolg)
Om onze zintuigen nog meer te prikkelen, gaan we mee met een spice tour. Een must voor wie van koken en lekker eten houdt. We kunnen kiezen tussen twee organisaties. Om het lot te tarten kiezen voor Mr. Mitu, van wie in augustus een bus met - ook Nederlandse - toeristen is overvallen. De kans lijkt ons klein dat er nog een keer een bus van Mr. Mitu wordt beroofd. (We zijn net als de man die zijn eigen bom het vliegtuig mee in nam, omdat hij had uitgerekend dat de kans heel erg klein was dat er twee bommen aan boord waren...) Vijftien kilometer buiten Stone Town bezoeken we de plantages, waar veel verschillende soorten fruit worden verbouwd en bijna alles wat je maar aan specerijen kunt bedenken.
Nummer één van Zanzibar is de kruidnagel, het gedroogde bloemknopje van de kruidnagelboom. Verder zien we peperkorrels, gember, vanille, kardamom, nootmuskaat en foelie (van dezelfde vrucht), kaneel, curry-blaadjes, 'all spice'-blaadjes en citroengras. In de bomen hangen bananen, kokosnoten, kapok, nangka's (jackfruit), doerians, broodvrucht, zuurzak, guave, pomelo's en carambola's, ananas groeit op de grond. Cacaobonen zien we als de pitten van een grote vrucht; koffiestruiken zitten vol groene en rode bonen. En we proeven de bittere, bittere blaadjes van de uit India bekende Neem-boom. De blaadjes en ook de schors worden gebruikt voor het maken van malariamedicijn en als natuurlijke pesticide. In het Swahili wordt de boom mwarobaini ('veertiger') genoemd, omdat hij uitkomst biedt bij zeker 40 kwalen.
Ook bezoeken we bij de plantages een badhuis, dat de eerste sultan van Zanzibar, Sajjid Sa'id, in 1850 voor zijn Perzische vrouw liet bouwen. Sajjid Sa'id regeerde van 1827 tot 1870 en de laatste sultan werd in 1964 van de troon gestoten, waarna Zanzibar met het vasteland Tanganyika samenging tot de republiek Tanzania. De sultans van Zanzibar woonden altijd in Stone Town en hadden hun paleis langs de zee, dat we later bezoeken. Het paleis is aan het einde van de negentiende herbouwd, nadat de Engelsen het oorspronkelijke paleis uit 1834 hadden gebombardeerd (om ervoor te zorgen dat hun favoriete sultan aan de macht kwam). Het huidige paleis is nodig aan een opknapbeurt toe: op veel plekken lekt het rode pannendak, dat niet langer bestand is tegen een hevige tropische regenbui. Ook het originele interieur van de eens machtige sultans maakt een armoedige indruk.
En bij elke wandeling door de straatjes in het oude centrum komen we weer uit op Soko Muhogo. Een man met een ketel schenkt voor 20 shilling een klein kopje koffie in en voor nog eens 20 shilling krijgen we er soort kokoskoekje bij, een mengsel van geraspte kokos en suiker. In het midden van het pleintje staat één palm, die in de hoogte tussen de omringende huizen het zonlicht zoekt. Aan de voet van de palm zitten mannen te dominoën. Even ontstaat er consternatie als twee zwetende mannen een handkar met kratten frisdrank over het pleintje duwen en daarbij iemands fiets raken. Maar al snel keert de kalmte terug. De man naast ons drinkt ook een kopje koffie en steek een kruidnagelsigaret op, waarvan de geur ons aan Indonesië herinnert. Iemand op de hoek verkoopt pinda's in zakjes van krantenpapier, een verkoper met een grote mand achter op zijn fiets prijst zijn kokosnoten aan. En de gek leest in zijn boek.

Terug naar weekoverzicht