Week 46, 2004: 8 november - 14 november
Wildreservaat Saadani
Niemand
Beach
Acacia's
Bush

Als je door Tanzania wilt rijden is het handig als je een goede kaart hebt. De beste die we hier konden vinden was een BP-kaart uit 1997. Sinds Atsje en Bart zijn geweest, lenen we hun Duitse Reise Know-How-kaart uit 2004, die ze in Groningen hebben gekocht.
Volgens de BP-kaart heeft de allerkortste route naar het wildreservaat Saadani, dat hemelsbreed maar 130 kilometer van Dar es Salaam ligt, een lengte van 150 kilometer. Jammer genoeg is die route niet meer te rijden, sinds in 1998 de pont over de Wami-rivier is verdwenen. Volgens de Rough Guide is de pont weggespoeld, maar wij horen van iemand dat de pont vaak niet kon varen, omdat het water in de rivier te laag was. Op de Duitse kaart staat dat er een brug is gepland. Het is onduidelijk of die ooit gebouwd gaat worden.
Sinds 1998 ben je gedwongen een eind om te rijden, en dat kan op twee manieren. Als we op zaterdagochtend naar Saadani vertrekken, kiezen we voor de avontuurlijke route. Het is de kortste van de twee omwegen, maar niet de snelste. Via de avontuurlijke route is het 200 kilometer, via de snelste route 215 kilometer.
De eerste 65 kilometer rijden we over goed asfalt naar Bagamoyo. Wij denken altijd dat die weg zo goed is omdat er maar weinig verkeer rijdt. In Bagamoyo eindigt het asfalt, in het stadje met alleen maar zandwegen, en meteen na Bagamoyo zijn we weer helemaal 'in Afrika'. We rijden 65 kilometer over een ruige weg van zand, stenen en kuilen. Vergelijkbaar met de weg die we naar Selous hebben meegemaakt. Door een mooi, leeg landschap met bush en hier en daar een dorpje van rieten hutten, waar niet eens altijd leem tegenaan is gesmeerd. Het is er dor. Bij de dorpen verbouwen ze cassave en ananassen, en we zien bananen-, papaja- en cashewbomen. Er zwerven nomaden rond met ezeltjes met grote kalebassen op hun rug. Over die tweede 65 kilometer doen we twee uur.
Dan, na nog 15 kilometer asfalt en 55 kilometer goede onverharde weg, komen we in het dorpje Saadani. Het ligt aan de kust, in het park, en heeft zijn naam aan het park geleend.
Saadani is een bijzonder, maar relatief onbekend park. Het ligt van alle parken het dichtst bij Dar es Salaam en het ligt als enige aan de kust ('where the bush meets the beach'). Het is ook maar klein (1200 km
2). Er is een luxe lodge en er is een plek waar je mag kamperen. Daar zetten we halverwege de middag onze tent op, verder is er niemand. De leeuwen zijn 's ochtends nog gesignaleerd, maar we zien ze niet. Aan het einde van de middag gaan we zelf rondrijden, op zoek naar dieren. En zondagochtend staan we vroeg op, om om zeven uur te vertrekken voor een bootsafari op de breeduit meanderende Wami-rivier, die vol nijlpaarden en krokodillen zit.
Bij een gehucht aan de kust zijn ze bezig met zoutwinning. Het zeewater staat er in roze zoutbaden. De vreemde kleur wordt veroorzaakt door bepaalde algen die via de rivier in zee komen en in de baden bijdragen aan de kristallisatie van het zout. De flamingo's die we er zien zijn grote flamingo's, die behalve van de algen vooral van garnalen en andere kleine schaaldieren leven. De grote flamingo's zijn lichtroze, in tegenstelling tot de kleine flamingo's, die in Noord-Tanzania te zien zijn. Die zijn knalroze, omdat zij puur van de algen leven, die ze met hun snavels uit het water filteren.
Ondanks dat we niet zo veel dieren zien als in Mikumi, Selous en Ruaha, en de meeste dieren op grote afstand blijven, kunnen we toch weer een paar aan ons lijstje toevoegen. Voor het eerst zien we (in het wild) hartenbeesten (die hun naam aan de vorm van hun horens danken), rietbokken, een duiker (een antilopeachtige), pelikanen, flamingo's en lepelaars. Verder zien we weer nijlpaarden, krokodillen, giraffen, zebra's, gnoes, bavianen, meerkatten, zwart-witte franjeapen, neushoornvogels...
Saadani is een mooie gelegenheid om Dar es Salaam een weekend te ontvluchten. Op zaterdagavond zitten we naast onze tent bij het licht van de olielamp. We staan op een veldje meteen aan het strand van een prachtige, kilometers brede en totaal verlaten baai. Er waait een stevige lauwe wind van zee, die de muggen weghoudt. En het is zo donker dat de hemel bezaaid is met sterren en we de nevels van de melkweg goed kunnen zien. We hebben geen puf meer om een blik bonen op te warmen op ons oliestelletje en besluiten alleen brood met pindakaas te eten. Maar zelfs daarvan komt het niet: onderweg hebben we al een chipsi mayai (omelet met patat) gegeten en we laten het 's avonds bij een zak tacochips en een fles rode wijn.
Zondagmiddag, na de bootsafari, eten we in het dorp nog rijst met bonen (groente is er niet) en daarna rijden we in vier uur terug naar Dar es Salaam. Via de snelle route dus, die na het eerste stuk onverharde weg, helemaal met asfalt bedekt is. De enige hindernis op dat stuk is een steil stukje kronkelweg (bij dezelfde Wami-rivier), waarop net een vrachtwagen dwars op de weg vast is geraakt, zodat we via een nog steiler stuk hobbelweg de berg op moeten.
We komen net voor donker thuis en zijn behoorlijk gaar. Een tocht naar Saadani is in een weekend te doen, maar echt uitrusten is er niet bij.

Terug naar weekoverzicht