Als je door Tanzania wilt rijden is het
handig als je een goede kaart hebt. De beste die we hier
konden vinden was een BP-kaart uit 1997. Sinds Atsje en
Bart zijn geweest, lenen we hun Duitse Reise
Know-How-kaart uit 2004, die ze in Groningen hebben
gekocht.
Volgens de BP-kaart heeft de allerkortste route naar het
wildreservaat Saadani, dat hemelsbreed maar 130 kilometer
van Dar es Salaam ligt, een lengte van 150 kilometer.
Jammer genoeg is die route niet meer te rijden, sinds in
1998 de pont over de Wami-rivier is verdwenen. Volgens de
Rough Guide is de pont weggespoeld, maar wij
horen van iemand dat de pont vaak niet kon varen, omdat
het water in de rivier te laag was. Op de Duitse kaart
staat dat er een brug is gepland. Het is onduidelijk of
die ooit gebouwd gaat worden.
Sinds 1998 ben je gedwongen een eind om te rijden, en dat
kan op twee manieren. Als we op zaterdagochtend naar
Saadani vertrekken, kiezen we voor de avontuurlijke
route. Het is de kortste van de twee omwegen, maar niet
de snelste. Via de avontuurlijke route is het 200
kilometer, via de snelste route 215 kilometer.
De eerste 65 kilometer rijden we over goed asfalt naar
Bagamoyo. Wij denken altijd dat die weg zo goed is omdat
er maar weinig verkeer rijdt. In Bagamoyo eindigt het
asfalt, in het stadje met alleen maar zandwegen, en meteen
na Bagamoyo zijn we weer helemaal 'in Afrika'. We rijden
65 kilometer over een ruige weg van zand, stenen en
kuilen. Vergelijkbaar met de weg die we naar Selous
hebben meegemaakt. Door een mooi, leeg landschap met bush
en hier en daar een dorpje van rieten hutten, waar niet
eens altijd leem tegenaan is gesmeerd. Het is er dor. Bij
de dorpen verbouwen ze cassave en ananassen, en we zien
bananen-, papaja- en cashewbomen. Er zwerven nomaden rond
met ezeltjes met grote kalebassen op hun rug. Over die
tweede 65 kilometer doen we twee uur.
Dan, na nog 15 kilometer asfalt en 55 kilometer goede
onverharde weg, komen we in het dorpje Saadani. Het ligt
aan de kust, in het park, en heeft zijn naam aan het park
geleend.
Saadani is een bijzonder, maar relatief onbekend park.
Het ligt van alle parken het dichtst bij Dar es Salaam en
het ligt als enige aan de kust ('where the bush meets the
beach'). Het is ook maar klein (1200 km2). Er is een luxe lodge en er is een plek
waar je mag kamperen. Daar zetten we halverwege de middag
onze tent op, verder is er niemand. De leeuwen zijn 's
ochtends nog gesignaleerd, maar we zien ze niet. Aan het
einde van de middag gaan we zelf rondrijden, op zoek naar
dieren. En zondagochtend staan we vroeg op, om om zeven
uur te vertrekken voor een bootsafari op de breeduit
meanderende Wami-rivier, die vol nijlpaarden en
krokodillen zit.
Bij een gehucht aan de kust zijn ze bezig met
zoutwinning. Het zeewater staat er in roze zoutbaden. De
vreemde kleur wordt veroorzaakt door bepaalde algen die
via de rivier in zee komen en in de baden bijdragen aan
de kristallisatie van het zout. De flamingo's die we er
zien zijn grote flamingo's, die behalve van de algen
vooral van garnalen en andere kleine schaaldieren leven.
De grote flamingo's zijn lichtroze, in tegenstelling tot
de kleine flamingo's, die in Noord-Tanzania te zien zijn.
Die zijn knalroze, omdat zij puur van de algen leven, die
ze met hun snavels uit het water filteren.
Ondanks dat we niet zo veel dieren zien als in Mikumi,
Selous en Ruaha, en de meeste dieren op grote afstand
blijven, kunnen we toch weer een paar aan ons lijstje
toevoegen. Voor het eerst zien we (in het wild)
hartenbeesten (die hun naam aan de vorm van hun horens
danken), rietbokken, een duiker (een antilopeachtige),
pelikanen, flamingo's en lepelaars. Verder zien we weer
nijlpaarden, krokodillen, giraffen, zebra's, gnoes,
bavianen, meerkatten, zwart-witte franjeapen,
neushoornvogels...
Saadani is een mooie gelegenheid om Dar es Salaam een
weekend te ontvluchten. Op zaterdagavond zitten we naast
onze tent bij het licht van de olielamp. We staan op een
veldje meteen aan het strand van een prachtige,
kilometers brede en totaal verlaten baai. Er waait een
stevige lauwe wind van zee, die de muggen weghoudt. En
het is zo donker dat de hemel bezaaid is met sterren en
we de nevels van de melkweg goed kunnen zien. We hebben
geen puf meer om een blik bonen op te warmen op ons
oliestelletje en besluiten alleen brood met pindakaas te
eten. Maar zelfs daarvan komt het niet: onderweg hebben
we al een chipsi mayai (omelet met patat)
gegeten en we laten het 's avonds bij een zak tacochips
en een fles rode wijn.
Zondagmiddag, na de bootsafari, eten we in het dorp nog
rijst met bonen (groente is er niet) en daarna rijden we
in vier uur terug naar Dar es Salaam. Via de snelle route
dus, die na het eerste stuk onverharde weg, helemaal met
asfalt bedekt is. De enige hindernis op dat stuk is een
steil stukje kronkelweg (bij dezelfde Wami-rivier),
waarop net een vrachtwagen dwars op de weg vast is
geraakt, zodat we via een nog steiler stuk hobbelweg de
berg op moeten.
We komen net voor donker thuis en zijn behoorlijk gaar.
Een tocht naar Saadani is in een weekend te doen, maar
echt uitrusten is er niet bij.
|