Week 49, 2004: 29 november - 5 december
Couleur locale (3)
Wijlen Simba
Zonder moeder
Wijlen Simba
Ik wil niet drinken

Op een avond rapen wij in het donker Simba van de straat. Hij ligt daar al meer dan een nacht luid te piepen en niemand kijkt naar hem om. Simba is een heel jong katertje, zonder moeder. Tanzanianen hebben niets met huisdieren en zulke poesjes worden in veel gevallen met stenen doodgegooid. Hoe jong Simba is, weten we niet; hij is even groot als een hand. We leggen hem op een handdoek in een doos en proberen hem met een spuitje een mengsel van water en melk te voeren. Maar hij blijft piepen en zoekt op onze handen steeds naar de tepels van zijn moeder. Na vier dagen wordt hij plotseling slap en niet veel later is hij dood. Net nadat we bij de enige dierenwinkel in Dar es Salaam (voor westerlingen) een bus speciaal voer voor pasgeboren poezen hebben gekocht. Simba ligt nu ergens om de hoek onder de aarde.

*

Onze buurman spaart autowrakken. Dat levert soms vreemde taferelen op. Na een tropische novemberbui, zo'n stortbui die nauwelijks voor afkoeling zorgt en ons alleen maar nog meer laat zweten, zijn er naast ons huis ineens opvallend veel kraaien. Die kraaien zitten altijd in de bomen om ons huis te krassen. In Dar es Salaam zijn erg veel kraaien; hun voorouders schijnen vanuit Azië te zijn meegevlogen met Indiase en Pakistaanse emigranten. De grote groep naast ons huis is neergestreken op het golfplaatdak van de buren, op de met glasscherven en spijkers versierde tussenmuur en op de elektriciteits- en telefoondraden die tussen de huizen in hangen. Een voor een storten de kraaien zich op een zwerm motten, die na de hevige regen door een kapot raampje uit een van de wrakken omhoog komt. Zelfs een kleine witte reiger, die we normaal alleen hoog in de mangobomen zien, bemoeit zich ermee. De motten maken geen schijn van kans en worden stuk voor stuk uit de lucht gehapt.

*

Als we na een tijdje van huis te zijn geweest weer thuiskomen, hebben we ratten in huis. Er ligt in Dar es Salaam zo veel afval op straat, dat ratten er een goed leven moeten hebben. Bij ons zitten ze ergens onder het aanrecht, in de keukenkastjes of in de muur. Ze hebben een half stuk zeep opgeknabbeld en een keukendoekje aan stukken gevreten. En als ze onverwacht door het huis rennen, vindt zelfs Elske, rattenliefhebster in hart en nieren, ze eng. We proberen ze naar buiten te jagen, het balkon op (wat met kakkerlakken vaak wel lukt), maar ze vluchten telkens weer de keuken in. Ze zijn razendsnel, ook al glijden ze uit op onze gladde vloer, en ze klimmen overal tegenop. Als ze later ook aan de rubberen slang van ons gasstel beginnen te knagen, geven we het op. We besluiten gif te strooien, en na een tijdje zien we ze niet meer.

*

Er wordt in Tanzania veel gestreken, zelfs ondergoed. Trevor komt uit Botswana en vertelt een lekker verhaal, over het waarom van dat ondergoed strijken. Volgens hem is het iets waar je in elk geval in Botswana niet onderuit komt, vanwege bepaalde vliegen die hun eitjes in drogend wasgoed leggen. Door je kleren goed te strijken 'dood' je die eitjes. Doe je dat niet, dan komen er larven uit. Die larven boren een gat in je huid en nestelen zich daar. Vooral op plekken waar je kleren dicht tegen de huid zitten, zoals de rand van je onderbroek. Dan loop je dus rond met jeukende larven in je lijf. Om ze eruit te krijgen kun je hun luchtgaatjes afplakken met tape of insmeren met vaseline. De larven laten boven zich namelijk een klein gaatje open om te kunnen ademen. Als dat wordt afgesloten, komen ze vanzelf naar buiten. Met de tape of een pincet trek je ze dan uit je huid. Maar je houdt er wel littekens aan over, die Trevor liever niet wil laten zien. Goed strijken dus.
Terug naar weekoverzicht