Wij noemen onze straat meestal Kalenga
Street, zoals hij ook op onze plattegrond aangegeven
staat. De echte naam van de straat is Mtaa Kalenga, mtaa
is Swahili voor 'straat' of 'buurt'. Dat staat ook op de
straatnaambordjes. Maar een van de hoofdwegen door onze
wijk Upanga is United Nations Road, en we hebben nog
nooit iemand de Swahili-naam, die wel op de bordjes
staat, horen gebruiken: Mtaa Umoja wa Mataifa. De
straatnaambordjes roesten langzaam weg, worden
omvergereden en vallen van ellende uit elkaar. We mogen
dus blij zijn dat we nog straatnaambordjes hebben. In
veel straten zijn ze allang verdwenen of er helemaal
nooit geweest.
In Upanga is Mtaa Kalenga een van de verharde straten.
Voor het grootste deel zijn de straten brede zandpaden,
vol met grote kuilen. In de regentijd veranderen ze in
een grote modderpoel: drek met diepe kuilen vol water.
Omdat onze straat bedekt is met asfalt, komt er relatief
veel verkeer doorheen. Vanaf 's ochtends vroeg rijden er
auto's voorbij. Soms ook zwaarbeladen vrachtauto's die de
grond doen trillen, waardoor voor het huis het alarm van
Elskes auto altijd afging. (Inmiddels hebben we het alarm
maar uitgedaan.) Ook de ambulances van het
Muhimbili-ziekenhuis, waar wij tegenaan wonen, komen met
loeiende sirenes voorbij. Alleen zijn er niet zo veel
ambulances, en ze rijden ook niet zo vaak.
In de buurt zijn een paar moskeeën en de muezzins laten
een paar keer per dag van zich horen om een gebed aan te
kondigen. De eerste keer soms al om een uur of vijf 's
ochtends, de laatste keer is 's avonds om acht uur. Het
grootste deel van de nacht is het van de kant van de
moskeeën dus stil, en als we diep slapen worden we van
het eerste ochtendgeroep niet eens meer wakker.
Als we 's ochtends vroeg nog niet gewekt zijn door het
verkeer, het alarm van de auto of door het geroep vanuit
de moskeeën, dan worden we wel wakker van de mussen. In
Nederland mogen ze bijna uitgestorven zijn, hier zijn er
nog meer dan genoeg. En we wisten niet dat ze zoveel
herrie konden maken. Ze gaan met z'n allen in een boom of
onder de dakrand zitten en tsjilpen er flink op los. Als
er een keer geen mussen zijn, en ook de hanen in de buurt
zich nog rustig houden, rijdt de auto van de buren wel
weg. Deze auto hebben ze een tijdlang verhuurd als taxi
en elke ochtend kwam een chauffeur hem halen. Tijdens het
achteruit rijden klonk er dan telkens een luid Für
Elise.
Overdag horen we andere geluiden. Bijvoorbeeld het
getingel van ons eigen windorgel dat in de wind van zee
wild heen en weer gaat. De wind rukt ook aan de luiken,
die daardoor in hun haken rammelen. Of er loopt iemand
met een megafoon door de straten om te vertellen dat het
huisvuil opgehaald wordt en of je dat langs de kant van
de straat wilt zetten. Of er komen twee mannen met hun
mobiele winkeltje langs: op hun schouders dragen ze samen
een lange stok met daaraan een wit laken. Aan het laken
zijn allemaal plastic prullen vastgemaakt: haarspelden,
kammen, spiegeltjes, knijpers, speelgoed, klokken... Om
de aandacht te trekken hebben de venters een soort toeter
bij zich, die het geluid van een huilende baby
produceert. Dat is zo irritant dat je wel móét
opkijken.
Ook is er de hele dag het geluid van vegers. Het lijkt
wel alsof iedereen aan het vegen is. Met bezems van
takken of riet zijn veel mensen de hele dag aan het werk.
Want er is hier altijd wat te vegen: wat schoon is, is
even later alweer bedekt met een laagje fijn zand en
zwart stof. En op het terrein van het ziekenhuis zijn ze
altijd aan het timmeren, zagen en boren, omdat het
ziekenhuis een langdurige en grootschalige opknapbeurt
krijgt. Zolang we hier wonen zijn ze er al mee bezig en
laatst stond in de krant dat ze halverwege waren. Ook
wordt er rond ons huis op veel plekken water van de ene
tank in de andere gepompt, en elke pomp maakt een ander
soort gierend geluid. En dan zijn er nog de generatoren
van het ziekenhuis die luid beginnen te razen, zodra de
stroom weer eens uitvalt.
Verder zijn er in Dar es Salaam veel kraaien en ook op en
rond onze 'villa' huis zitten er veel. Ze zitten op de
elektriciteits- en telefoondraden, in de bomen, op het
dak of het balkon, en ze krassen de hele dag. 's Avonds
horen we een onbekende vogel een karakteristiek geluid
maken en komen ook de kikkers tot leven. Waar de kikkers
precies zitten weten we niet, maar ze maken met hun
gekwaak een geweldig kabaal. Soms gaat dat de hele nacht
door. En als we tijdens de warme nachten daar niet wakker
van worden, dan wel van het gezoem van de muggen die met
z'n allen hardnekkig blijven proberen onze klamboe te
doorboren. Of van de blaffende, piepende, grommende en
huilende honden. Er zitten ergens twee honden die vooral
's nachts veel ruzie maken. De ene begint naar de ander
te grommen, waarna de andere reageert met een luid
gepiep. Soms gaat ook dat de hele nacht door. Of we horen
jankende katten. Of de radio van de (bewaker van de)
buren, die aan blijft staan. Of de televisie van onze
onderbuurvrouw, de moeder van de eigenares van het pand,
die in de kamer onze slaapkamer voor de televisie in
slaap is gevallen. Zij is oud, heeft diabetes en kan niet
zo veel meer, eigenlijk alleen nog maar de hele avond
Bollywood-films kijken. En ze is waarschijnlijk ook een
beetje doof.
|