Week 50, 2004: 6 december - 12 december
Geluiden in Mtaa Kalenga
Nog net overeind
Onze straat
Ingang
Onze 'villa'

Wij noemen onze straat meestal Kalenga Street, zoals hij ook op onze plattegrond aangegeven staat. De echte naam van de straat is Mtaa Kalenga, mtaa is Swahili voor 'straat' of 'buurt'. Dat staat ook op de straatnaambordjes. Maar een van de hoofdwegen door onze wijk Upanga is United Nations Road, en we hebben nog nooit iemand de Swahili-naam, die wel op de bordjes staat, horen gebruiken: Mtaa Umoja wa Mataifa. De straatnaambordjes roesten langzaam weg, worden omvergereden en vallen van ellende uit elkaar. We mogen dus blij zijn dat we nog straatnaambordjes hebben. In veel straten zijn ze allang verdwenen of er helemaal nooit geweest.
In Upanga is Mtaa Kalenga een van de verharde straten. Voor het grootste deel zijn de straten brede zandpaden, vol met grote kuilen. In de regentijd veranderen ze in een grote modderpoel: drek met diepe kuilen vol water. Omdat onze straat bedekt is met asfalt, komt er relatief veel verkeer doorheen. Vanaf 's ochtends vroeg rijden er auto's voorbij. Soms ook zwaarbeladen vrachtauto's die de grond doen trillen, waardoor voor het huis het alarm van Elskes auto altijd afging. (Inmiddels hebben we het alarm maar uitgedaan.) Ook de ambulances van het Muhimbili-ziekenhuis, waar wij tegenaan wonen, komen met loeiende sirenes voorbij. Alleen zijn er niet zo veel ambulances, en ze rijden ook niet zo vaak.
In de buurt zijn een paar moskeeën en de muezzins laten een paar keer per dag van zich horen om een gebed aan te kondigen. De eerste keer soms al om een uur of vijf 's ochtends, de laatste keer is 's avonds om acht uur. Het grootste deel van de nacht is het van de kant van de moskeeën dus stil, en als we diep slapen worden we van het eerste ochtendgeroep niet eens meer wakker.
Als we 's ochtends vroeg nog niet gewekt zijn door het verkeer, het alarm van de auto of door het geroep vanuit de moskeeën, dan worden we wel wakker van de mussen. In Nederland mogen ze bijna uitgestorven zijn, hier zijn er nog meer dan genoeg. En we wisten niet dat ze zoveel herrie konden maken. Ze gaan met z'n allen in een boom of onder de dakrand zitten en tsjilpen er flink op los. Als er een keer geen mussen zijn, en ook de hanen in de buurt zich nog rustig houden, rijdt de auto van de buren wel weg. Deze auto hebben ze een tijdlang verhuurd als taxi en elke ochtend kwam een chauffeur hem halen. Tijdens het achteruit rijden klonk er dan telkens een luid Für Elise.
Overdag horen we andere geluiden. Bijvoorbeeld het getingel van ons eigen windorgel dat in de wind van zee wild heen en weer gaat. De wind rukt ook aan de luiken, die daardoor in hun haken rammelen. Of er loopt iemand met een megafoon door de straten om te vertellen dat het huisvuil opgehaald wordt en of je dat langs de kant van de straat wilt zetten. Of er komen twee mannen met hun mobiele winkeltje langs: op hun schouders dragen ze samen een lange stok met daaraan een wit laken. Aan het laken zijn allemaal plastic prullen vastgemaakt: haarspelden, kammen, spiegeltjes, knijpers, speelgoed, klokken... Om de aandacht te trekken hebben de venters een soort toeter bij zich, die het geluid van een huilende baby produceert. Dat is zo irritant dat je wel móét opkijken.
Ook is er de hele dag het geluid van vegers. Het lijkt wel alsof iedereen aan het vegen is. Met bezems van takken of riet zijn veel mensen de hele dag aan het werk. Want er is hier altijd wat te vegen: wat schoon is, is even later alweer bedekt met een laagje fijn zand en zwart stof. En op het terrein van het ziekenhuis zijn ze altijd aan het timmeren, zagen en boren, omdat het ziekenhuis een langdurige en grootschalige opknapbeurt krijgt. Zolang we hier wonen zijn ze er al mee bezig en laatst stond in de krant dat ze halverwege waren. Ook wordt er rond ons huis op veel plekken water van de ene tank in de andere gepompt, en elke pomp maakt een ander soort gierend geluid. En dan zijn er nog de generatoren van het ziekenhuis die luid beginnen te razen, zodra de stroom weer eens uitvalt.
Verder zijn er in Dar es Salaam veel kraaien en ook op en rond onze 'villa' huis zitten er veel. Ze zitten op de elektriciteits- en telefoondraden, in de bomen, op het dak of het balkon, en ze krassen de hele dag. 's Avonds horen we een onbekende vogel een karakteristiek geluid maken en komen ook de kikkers tot leven. Waar de kikkers precies zitten weten we niet, maar ze maken met hun gekwaak een geweldig kabaal. Soms gaat dat de hele nacht door. En als we tijdens de warme nachten daar niet wakker van worden, dan wel van het gezoem van de muggen die met z'n allen hardnekkig blijven proberen onze klamboe te doorboren. Of van de blaffende, piepende, grommende en huilende honden. Er zitten ergens twee honden die vooral 's nachts veel ruzie maken. De ene begint naar de ander te grommen, waarna de andere reageert met een luid gepiep. Soms gaat ook dat de hele nacht door. Of we horen jankende katten. Of de radio van de (bewaker van de) buren, die aan blijft staan. Of de televisie van onze onderbuurvrouw, de moeder van de eigenares van het pand, die in de kamer onze slaapkamer voor de televisie in slaap is gevallen. Zij is oud, heeft diabetes en kan niet zo veel meer, eigenlijk alleen nog maar de hele avond Bollywood-films kijken. En ze is waarschijnlijk ook een beetje doof.

Terug naar weekoverzicht