(vervolg)
Om de ergste hoogteziekte voor te zijn, gaat de tocht op
de vierde dag vanuit het Barranco-kamp in een hoog tempo
door. Niet dat we sneller lopen, maar we krijgen vanaf
dan weinig rust meer.
Na de beklimming van de Barranco-muur volgt een mooie
tocht dwars over de met gruizige morenen bedekte
zuidelijke helling. De wind jaagt de wolken van beneden
naar boven over ons heen. Tot slot brengt een steile klim
ons in het Barafu-kamp. We zitten dan op 4600 meter, en
het is beter daar niet te lang te blijven. Bovendien ligt
het Barafu-kamp op een richel waar geen water is. In
eerdere kampen konden we telkens het smeltwater van de
sneeuw en de gletsjer drinken.
Na een avondmaaltijd kruipen we drie uurtjes in onze
slaapzakken, om om elf uur 's avonds weer op te staan. Om
half twaalf beginnen we in het pikkedonker van de
maanloze nacht aan het laatste, loodzware deel van de
beklimming. We zijn ingepakt in dikke lagen kleren,
mutsen en handschoenen, en we hebben hoofdlampen op om in
elk geval de meter voor onze voeten te kunnen zien. We
weten niet waar we naartoe klimmen. Omhoog, omhoog, is
het enige wat we tijdens onze eindeloos lijkende
lijdensweg denken.
We hebben het geluk dat het nauwelijks waait en de
temperatuur niet al te ver onder nul is. Onze
energierepen zijn keihard en het drinkwater bevriest,
maar we houden onszelf ondanks het lage tempo warm.
Stapje voor stapje gaan we verder. Elske moet overgeven,
maar Irma en Onno hebben het het zwaarst. Onno's benen
voelen nog sterk, alleen is het alsof er geen energie
meer heen wil. Slaaptekort en een vreselijk hongergevoel
zorgen voor volledige uitputting. Irma is duizelig en ook
uitgeput en wordt door Arusha naar boven geholpen; Onno
strompelt gearmd met de hulpgids de laatste honderd meter
omhoog naar de rand van de Kibo-krater.
Ondanks ons slakkentempo bereiken we even na zessen de
kraterrand: het Stella-point op 5681 meter, waar net de
rode zon opkomt. Irma en Onno zijn helemaal kapot en
willen en kunnen niet meer verder, Gertjan wil bij Irma
blijven. Alleen Fredrik en Elske willen door naar de top
(Elske en Onno hadden van tevoren afgesproken dat de
ander verder zou lopen als een van hen niet meer zou
kunnen).
Maar Arusha met zijn vijfentwintig jaar Kili-ervaring
overtuigt ons ervan dat we ondanks alle ellende allemaal
de top moet kunnen halen. Want de laatste 200 meter over
de kraterrand omhoog zijn niet zo steil meer. Langzaam
lopend, strompelend of kruipend moeten we het volgens hem
zeker kunnen halen. Het ergste stuk is voorbij.
In het licht van de opkomende zon en met aan onze
linkerhand de mooie blauwe gletsjer (er is berekend dat
er in 2014 door het broeikaseffect geen ijs meer op de
Kilimanjaro zal zijn...) gaan we verder. En om zeven uur
bereiken we alle vijf de top van de Kilimanjaro: de
Uhuru-piek (uhuru = vrijheid). Het hoogste punt
van Tanzania en heel Afrika! Elske en Onno waren niet
eerder hoger geweest dan net boven de 3000 meter. We
maken daar op de top de verplichte foto en hebben verder
niet veel tijd om van onze overwinning - want zo voelt
het - te genieten. Als een speer moeten we naar beneden,
omdat het eigenlijk veel te gevaarlijk en ongezond is om
op die hoogte zo snel te stijgen.
Vanaf de top dalen we in ruim twee uur 1400 meter af naar
het Barafu-kamp. Daar rusten we twee uur, eten we wat en
vervolgens dalen we nog eens 1500 meter naar het
Mweka-kamp. Dat kamp ligt op 3100 meter, net als het
Machame-kamp bij de boomgrens. In een periode van 17 uur
zijn we 13 uur onderweg geweest en hebben we 1400 meter
geklommen en zijn we 2900 meter gedaald. Maar dankzij de
geringere hoogte voelen we ons in het Mweka-kamp allemaal
weer bijna de oude en zijn de meeste verschijnselen van
hoogteziekte als sneeuw voor de zon verdwenen.
Op de zesde en laatste dag brengt een korte wandeling van
drie uur door het oerwoud ons van het Mweka-kamp naar de
Mweka-gate op 1800 meter. Daar overhandigt Arusha de
diploma's: 'to Certify that [we have] successfully
climbed Mount Kilimanjaro, the highest peak in Africa,
right to the Summit, Uhuru Peak, 5895 m.' We hebben het
gehaald! Het laatste, nachtelijke stuk naar de top was
verschrikkelijk zwaar, maar de pijn en het afzien zijn we
eenmaal beneden snel vergeten. 's Avonds drinken we
natuurlijk een Kilimanjaro.
|