Week 5, 2005: 31 januari - 6 februari
Ons nieuwste huis
Welkom
Voordeur, garage en balkons (links en rechts)
Tuin rondom
Watertanks en wasplaats, op een hoek aan de achterkant

Is het die geheimzinnige kriebel, die ons ook telkens het land in doet trekken? Na een jaar in het appartement in Kalenga Street lijkt het tijd geworden om naar een andere woning rond te kijken. Vooral Elske wil graag verhuizen: ze wil een appartement of een huis met een tuin, of op z'n minst een groter balkon, zodat we bij huis eindelijk een keer fatsoenlijk buiten kunnen zitten. Onno wil in ieder geval in dezelfde wijk (Upanga) blijven wonen.
Onno is zijn eerste telefoon met daarin de telefoonnummers van onder andere alle middlemen kwijtgeraakt, maar van Elmar en Suzanna, Duitse vrienden in Dar es Salaam, krijgen we weer een paar nummers. Daar is ook het nummer van Peter bij, die ons uiteindelijk aan het appartement in Kalenga Street heeft geholpen.
Drie weken voor de huuroperiode in Kalenga Street afloopt, belt Onno Peter. Met in het achterhoofd dat de eerste zoektocht naar een huis tweeënhalve week heeft geduurd. Onno belt hem om elf uur 's ochtends. Peter zegt dat hij niet direct iets weet, maar rond zal gaan kijken. Een minuut later belt hij terug dat hij toch wel iets weet. Ze maken een afspraak voor diezelfde dag, één uur. In twee uur tijd bekijken Peter en Onno drie huizen, en eigenlijk is meteen duidelijk dat het eerste huis precies is wat wij zoeken.
's Avonds gaan wij (Elske en Onno) samen nog een keer kijken, en daarna bellen we meteen de huisbaas dat we geïnteresseerd zijn. Zo'n mooi huis hebben we tijdens onze zoektocht in februari 2004 niet gezien, en we zien dus weinig reden om verder rond te kijken. Na nog wat onderhandelen over de huur en de belofte van de huisbaas dat alle muren zullen worden geverfd, maken we een afspraak. Een week na het begin van de korte zoektocht tekenen we het huurcontract. Zo snel hebben we nog nooit een nieuw huis gevonden.
Het is vrijstaand, met twee verdiepingen, heeft voor en achter een tuin en aan beide zijden een groot balkon. Het ene balkon is overdekt en er staat een schommelbank. De tuin staat vol mooie planten, enorme oleanders, bougainvillea's en palmen. In de achtertuin zorgt een grote mangoboom voor schaduw. Er zijn een apart huisje en een wc voor de askari (bewaker).
Een nadeel van het huis is misschien dat het aan de grote kant is voor ons tweeën, ook al heeft een Canadese vrouw er vóór ons twee jaar in haar eentje gewoond. Wat moeten wij met vier slaapkamers? (Logés zijn welkom.) En wat moeten we met twee badkamers, vier (die van de askari niet meegerekend) wc's? We zijn nog steeds gewend aan ons appartement in Amsterdam, en dat in Kalenga Street was qua grootte vergelijkbaar... Verder hopen we dat de bar in de buurt en een soort evenementenhal een paar straten verderop niet te veel herrie maken.
Het huis ligt maar een paar straten van ons oude adres. (En ook van het huis in Longido Street, waar we de eerste drie weken hebben gewoond; we bewegen ons in een vrijwel gelijkzijdige driehoek.) De verhuizing kost dus niet veel moeite. Bovendien zijn beide huizen gemeubileerd, zodat we alleen onze eigen, gemakkelijk te vervoeren spullen hoeven te verhuizen.
We wonen voortaan aan een van de vele onverharde Upanga-straten vol kuilen, dus dat wordt lekker blubberen in de regentijd. In de droge tijd is de straat een soort lange zandbak, waar Onno met zijn fiets in blijft steken. De naam van de straat is volgens de bordjes: Mtaa Mathuradas. Volgens een plattegrond is het officieel 'Mathuradas Karidas', volgens een andere plattegrond 'Mathuradas Khalidas'. Wat gegoogle levert geen informatie over die namen, maar we hebben onze laten vertellen dat het de naam van een rijke Indiër was, die in de buurt veel huizen bezat. Bij de nationalisatie van huizen en gebouwen (onder Nyerere in 1971) raakte hij zijn bezit kwijt.
Met onze buren hebben we nog geen kennisgemaakt. Aan de ene kant staat een flinke villa, waarin een Indiase Tanzaniaanse helemaal in haar eentje in een kamertje bovenin schijnt te wonen. Aan de andere kant een bungalow, waarin volgens onze eerste schattingen een papegaai en meer dan tien Afrikaanse Tanzanianen wonen. En in de achtertuin hebben ze een grote legertent staan, waar plaats is voor nog meer mensen.
Onze huisbaas Mr. Mushi woont in Moshi, aan de voet van de Kilimanjaro. Hij vertelt dat hij het huis in de jaren tachtig heeft laten bouwen. In die tijd regeerde Ali Hassan Mwinyi, de vorige president. Volgens Mr. Mushi was het perceel dat hij toen kocht het enige in heel Upanga dat niet bebouwd was. Hij was gaan informeren en het bleek dat het bedoeld was voor een huis van Ali Hassan Mwinyi. Maar die vond het perceel te klein en wilde niet zo dicht tussen de mensen wonen. Daarom was er nooit iets gebouwd. Mr. Mushi meldde zich als eerste en kon het perceel kopen. 'Zonder een shilling smeergeld te betalen,' vertelt hij erbij, wat duidelijk bedoeld is als bijzonderheid.

Terug naar weekoverzicht