Is het die geheimzinnige kriebel, die ons
ook telkens het land in doet trekken? Na een jaar in het
appartement in Kalenga Street lijkt het tijd geworden om
naar een andere woning rond te kijken. Vooral Elske wil
graag verhuizen: ze wil een appartement of een huis met
een tuin, of op z'n minst een groter balkon, zodat we bij
huis eindelijk een keer fatsoenlijk buiten kunnen zitten.
Onno wil in ieder geval in dezelfde wijk (Upanga) blijven
wonen.
Onno is zijn eerste telefoon met daarin de
telefoonnummers van onder andere alle middlemen
kwijtgeraakt, maar van Elmar en Suzanna, Duitse vrienden
in Dar es Salaam, krijgen we weer een paar nummers. Daar
is ook het nummer van Peter bij, die ons uiteindelijk aan
het appartement in Kalenga Street heeft geholpen.
Drie weken voor de huuroperiode in Kalenga Street
afloopt, belt Onno Peter. Met in het achterhoofd dat de
eerste zoektocht naar een huis tweeënhalve week heeft
geduurd. Onno belt hem om elf uur 's ochtends. Peter zegt
dat hij niet direct iets weet, maar rond zal gaan kijken.
Een minuut later belt hij terug dat hij toch wel iets
weet. Ze maken een afspraak voor diezelfde dag, één
uur. In twee uur tijd bekijken Peter en Onno drie huizen,
en eigenlijk is meteen duidelijk dat het eerste huis
precies is wat wij zoeken.
's Avonds gaan wij (Elske en Onno) samen nog een keer
kijken, en daarna bellen we meteen de huisbaas dat we
geïnteresseerd zijn. Zo'n mooi huis hebben we tijdens
onze zoektocht in februari 2004 niet gezien, en we zien
dus weinig reden om verder rond te kijken. Na nog wat
onderhandelen over de huur en de belofte van de huisbaas
dat alle muren zullen worden geverfd, maken we een
afspraak. Een week na het begin van de korte zoektocht
tekenen we het huurcontract. Zo snel hebben we nog nooit
een nieuw huis gevonden.
Het is vrijstaand, met twee verdiepingen, heeft voor en
achter een tuin en aan beide zijden een groot balkon. Het
ene balkon is overdekt en er staat een schommelbank. De
tuin staat vol mooie planten, enorme oleanders,
bougainvillea's en palmen. In de achtertuin zorgt een
grote mangoboom voor schaduw. Er zijn een apart huisje en
een wc voor de askari (bewaker).
Een nadeel van het huis is misschien dat het aan de grote
kant is voor ons tweeën, ook al heeft een Canadese vrouw
er vóór ons twee jaar in haar eentje gewoond. Wat
moeten wij met vier slaapkamers? (Logés zijn welkom.) En
wat moeten we met twee badkamers, vier (die van de askari
niet meegerekend) wc's? We zijn nog steeds gewend aan ons
appartement in Amsterdam, en dat in Kalenga Street was
qua grootte vergelijkbaar... Verder hopen we dat de bar
in de buurt en een soort evenementenhal een paar straten
verderop niet te veel herrie maken.
Het huis ligt maar een paar straten van ons oude adres.
(En ook van het huis in Longido Street, waar we de eerste
drie weken hebben gewoond; we bewegen ons in een vrijwel
gelijkzijdige driehoek.) De verhuizing kost dus niet veel
moeite. Bovendien zijn beide huizen gemeubileerd, zodat
we alleen onze eigen, gemakkelijk te vervoeren spullen
hoeven te verhuizen.
We wonen voortaan aan een van de vele onverharde
Upanga-straten vol kuilen, dus dat wordt lekker blubberen
in de regentijd. In de droge tijd is de straat een soort
lange zandbak, waar Onno met zijn fiets in blijft steken.
De naam van de straat is volgens de bordjes: Mtaa
Mathuradas. Volgens een plattegrond is het officieel
'Mathuradas Karidas', volgens een andere plattegrond
'Mathuradas Khalidas'. Wat gegoogle levert geen
informatie over die namen, maar we hebben onze laten
vertellen dat het de naam van een rijke Indiër was, die
in de buurt veel huizen bezat. Bij de nationalisatie van
huizen en gebouwen (onder Nyerere in 1971) raakte hij
zijn bezit kwijt.
Met onze buren hebben we nog geen kennisgemaakt. Aan de
ene kant staat een flinke villa, waarin een Indiase
Tanzaniaanse helemaal in haar eentje in een kamertje
bovenin schijnt te wonen. Aan de andere kant een
bungalow, waarin volgens onze eerste schattingen een
papegaai en meer dan tien Afrikaanse Tanzanianen wonen.
En in de achtertuin hebben ze een grote legertent staan,
waar plaats is voor nog meer mensen.
Onze huisbaas Mr. Mushi woont in Moshi, aan de voet van
de Kilimanjaro. Hij vertelt dat hij het huis in de jaren
tachtig heeft laten bouwen. In die tijd regeerde Ali
Hassan Mwinyi, de vorige president. Volgens Mr. Mushi was
het perceel dat hij toen kocht het enige in heel Upanga
dat niet bebouwd was. Hij was gaan informeren en het
bleek dat het bedoeld was voor een huis van Ali Hassan
Mwinyi. Maar die vond het perceel te klein en wilde niet
zo dicht tussen de mensen wonen. Daarom was er nooit iets
gebouwd. Mr. Mushi meldde zich als eerste en kon het
perceel kopen. 'Zonder een shilling smeergeld te
betalen,' vertelt hij erbij, wat duidelijk bedoeld is als
bijzonderheid.
|