Mwanza (zie kaart) is na Dar es Salaam de
tweede stad van Tanzania. Dar es Salaam heeft ongeveer 3
miljoen inwoners, Mwanza naar schatting 1 miljoen. Het
ligt in het noordwesten van het land, aan het
Victoria-meer, het grootste meer van Afrika, dat voor
ongeveer de helft bij Tanzania hoort. Halverwege de
negentiende eeuw ontdekte de Engelse avonturier Speke het
Victoria-meer als bron van de Nijl, die via Oeganda,
Soedan en Egypte naar de Middellandse Zee loopt. Vanuit
Mwanza gaan passagiersschepen naar de Tanzaniaanse
overkant van het meer of je kunt proberen met een
vrachtschip mee te varen naar Oeganda of Kenia.
Elske vliegt voor haar werk naar Mwanza en Onno reist
mee. De vliegreis duurt anderhalf uur. Met de bus doe je
er 30 uur over. De bus maakt een grote omweg via Nairobi
(Kenia), omdat de wegen in het binnenland van Tanzania te
slecht zijn. Je kunt wel via het binnenland reizen, maar
dan doe je er minimaal 35 uur over. Je kunt ook de trein
dwars door Tanzania nemen, dat kost je 38,5 uur (twee
nachten!), als je tenminste geen vertraging hebt.
Mwanza ligt op een hoogte van 1100 meter in een heuvelig
gebied en vergeleken met Dar es Salaam is het er 'fris'.
Mensen dragen er truien en jassen. De stad ligt als een
grote vlek, vrijwel zonder hoogbouw, uitgesmeerd tussen
en tegen de heuvels. Bij de haven is een klein, vlak
centrum, met daaromheen de dichtbebouwde heuvels. Die
heuvels bestaan grotendeels uit ronde rotsen en overal
waar tussen de rotsen maar een vlakke plek is (gemaakt),
staat een huisje met een golfplaatdak.
Het gebied rond Mwanza is van oorsprong het land van de
Sukuma. Als Elske op een dag vroeg klaar is met een
bezoek aan het ziekenhuis van Magu (zestig kilometer ten
oosten van Mwanza), spreken we af in het dorpje Kisesa,
waarvandaan het nog anderhalve kilometer lopen is naar
het nog kleinere Bujora. Daar is een openluchtmuseum met
huizen en gebruiksvoorwerpen van de Sukuma. De Sukuma
zijn met ruim 5 miljoen mensen het grootste volk van
Tanzania. Vroeger leefden de Sukuma als een grote
verzameling kleinere groepen en clans, die waren verenigd
in verschillende koninkrijken. Pas sinds de laatste
decennia beschouwen ze zich als een eenheid.
De koningen werden op verschillende manieren begraven,
maar een overeenkomst was dat er als eerbetoon een of
meer van de kinderen levend of dood het graf mee in
gingen. Totdat de Duitsers rond het einde van de
negentiende eeuw kwamen verkondigen dat dat een barbaarse
gewoonte was (net als het gebruiken van mensenhuid als
trommelvellen). Maar volgens de gids van het museum
gebeurt het stiekem nog altijd.
Onno ontmoet de Nederlandse Diny die net in Mwanza is
aangekomen voor haar afstudeeronderzoek culturele
antropologie. Ze gaat onderzoeken hoe de
gemeenschapsstructuren bij de Sukuma veranderen ten
gevolge van aids. Diny gaat op een kamer wonen in het
kantoor van een Tanzaniaanse stichting die hulp geeft aan
straatkinderen en wezen. Samen met haar brengt Onno
bezoek aan die door vrijwilligers gerunde organisatie
Fonelisco (Foundation of New Life for Street Children and
Orphans).
Fonelisco probeert straatkinderen bij pleeggezinnen onder
te brengen en de stichting heeft een opvanghuis waar de
kinderen eten en een slaapplaats krijgen. In het huis
kunnen maximaal 40 straatkinderen wonen en op het moment
zijn het er 34, grotendeels jongens. De (aids-)wezen
worden meestal opgevangen door familie. (In Tanzania zijn
er alleen al meer dan 800.000 aids-wezen, op een
bevolking van 35 miljoen). Er wonen dus geen wezen in het
opvanghuis, maar Fonelisco ondersteunt ze wel met zorg en
advies. Maximaal 50; op het moment 48.
Het opvanghuis voor de straatkinderen is een kaal, wat
vervallen huis. De stichting heeft niet genoeg bedden en
de meeste kinderen slapen op matrassen of matten op de
grond. Er zijn ook helemaal geen meubels. In een van de
lege kamers wordt zonder bord of boeken lesgegeven aan
kinderen voor wie nog geen plek op school is gevonden.
Onno biedt aan een (kleine) website voor Fonelisco te
bouwen, iets wat ze zelf niet kunnen. Die website zal hen
helpen met het vinden van nieuwe donateurs en
vrijwilligers.
|