Week 6, 2005: 7 februari - 13 februari
Mwanza
Vlak voor de oever
De Bismarck-rots in het Victoria-meer
In Bujora
Koninklijke Sukuma-trommels

Mwanza (zie kaart) is na Dar es Salaam de tweede stad van Tanzania. Dar es Salaam heeft ongeveer 3 miljoen inwoners, Mwanza naar schatting 1 miljoen. Het ligt in het noordwesten van het land, aan het Victoria-meer, het grootste meer van Afrika, dat voor ongeveer de helft bij Tanzania hoort. Halverwege de negentiende eeuw ontdekte de Engelse avonturier Speke het Victoria-meer als bron van de Nijl, die via Oeganda, Soedan en Egypte naar de Middellandse Zee loopt. Vanuit Mwanza gaan passagiersschepen naar de Tanzaniaanse overkant van het meer of je kunt proberen met een vrachtschip mee te varen naar Oeganda of Kenia.
Elske vliegt voor haar werk naar Mwanza en Onno reist mee. De vliegreis duurt anderhalf uur. Met de bus doe je er 30 uur over. De bus maakt een grote omweg via Nairobi (Kenia), omdat de wegen in het binnenland van Tanzania te slecht zijn. Je kunt wel via het binnenland reizen, maar dan doe je er minimaal 35 uur over. Je kunt ook de trein dwars door Tanzania nemen, dat kost je 38,5 uur (twee nachten!), als je tenminste geen vertraging hebt.
Mwanza ligt op een hoogte van 1100 meter in een heuvelig gebied en vergeleken met Dar es Salaam is het er 'fris'. Mensen dragen er truien en jassen. De stad ligt als een grote vlek, vrijwel zonder hoogbouw, uitgesmeerd tussen en tegen de heuvels. Bij de haven is een klein, vlak centrum, met daaromheen de dichtbebouwde heuvels. Die heuvels bestaan grotendeels uit ronde rotsen en overal waar tussen de rotsen maar een vlakke plek is (gemaakt), staat een huisje met een golfplaatdak.
Het gebied rond Mwanza is van oorsprong het land van de Sukuma. Als Elske op een dag vroeg klaar is met een bezoek aan het ziekenhuis van Magu (zestig kilometer ten oosten van Mwanza), spreken we af in het dorpje Kisesa, waarvandaan het nog anderhalve kilometer lopen is naar het nog kleinere Bujora. Daar is een openluchtmuseum met huizen en gebruiksvoorwerpen van de Sukuma. De Sukuma zijn met ruim 5 miljoen mensen het grootste volk van Tanzania. Vroeger leefden de Sukuma als een grote verzameling kleinere groepen en clans, die waren verenigd in verschillende koninkrijken. Pas sinds de laatste decennia beschouwen ze zich als een eenheid.
De koningen werden op verschillende manieren begraven, maar een overeenkomst was dat er als eerbetoon een of meer van de kinderen levend of dood het graf mee in gingen. Totdat de Duitsers rond het einde van de negentiende eeuw kwamen verkondigen dat dat een barbaarse gewoonte was (net als het gebruiken van mensenhuid als trommelvellen). Maar volgens de gids van het museum gebeurt het stiekem nog altijd.
Onno ontmoet de Nederlandse Diny die net in Mwanza is aangekomen voor haar afstudeeronderzoek culturele antropologie. Ze gaat onderzoeken hoe de gemeenschapsstructuren bij de Sukuma veranderen ten gevolge van aids. Diny gaat op een kamer wonen in het kantoor van een Tanzaniaanse stichting die hulp geeft aan straatkinderen en wezen. Samen met haar brengt Onno bezoek aan die door vrijwilligers gerunde organisatie Fonelisco (Foundation of New Life for Street Children and Orphans).
Fonelisco probeert straatkinderen bij pleeggezinnen onder te brengen en de stichting heeft een opvanghuis waar de kinderen eten en een slaapplaats krijgen. In het huis kunnen maximaal 40 straatkinderen wonen en op het moment zijn het er 34, grotendeels jongens. De (aids-)wezen worden meestal opgevangen door familie. (In Tanzania zijn er alleen al meer dan 800.000 aids-wezen, op een bevolking van 35 miljoen). Er wonen dus geen wezen in het opvanghuis, maar Fonelisco ondersteunt ze wel met zorg en advies. Maximaal 50; op het moment 48.
Het opvanghuis voor de straatkinderen is een kaal, wat vervallen huis. De stichting heeft niet genoeg bedden en de meeste kinderen slapen op matrassen of matten op de grond. Er zijn ook helemaal geen meubels. In een van de lege kamers wordt zonder bord of boeken lesgegeven aan kinderen voor wie nog geen plek op school is gevonden. Onno biedt aan een (kleine) website voor Fonelisco te bouwen, iets wat ze zelf niet kunnen. Die website zal hen helpen met het vinden van nieuwe donateurs en vrijwilligers.

Terug naar weekoverzicht