| Week 9, 2005: 28 februari - 6 maart | |
| Mbeya | |
![]() Nyasa-meer |
![]() Ikombe |
| Elske reist voor haar
werk naar Mbeya (zie kaart), in het zuidwesten van het
land. Onno gaat mee. In anderhalve dag rijden we
ernaartoe, via Iringa, dat we eind februari 2004 hebben
bezocht en in juli op onze weg naar Ruaha. Onderweg zien
we het landschap weer telkens veranderen. Van de droge
bush rond wildpark Mikumi, via de baobabvallei, het
Kitonga-ravijn (waar met enige regelmaat bussen uit de
bocht vliegen), de winderige vlakte met ronde rotsen voor
Iringa en de groenere heuvels (met ecalyptussen en
dennen) na Iringa tot de kurkdroge, bruine vlakte voor
Mbeya. Op de winderige en stoffige splitsing 150 kilometer voor Mbeya kun je kiezen: linksaf via Songea naar Mozambique of rechtsaf via Mbeya naar Malawi. Wij gaan dus rechtsaf. Mbeya ligt net als Iringa boven de 1500 meter en de nachten zijn er 'koel'. De stenen huizen met golfplaatdaken liggen over een groot gebied verspreid in de heuvels, met alleen op een heuvel in het midden een klein centrum. Verder is er weinig te beleven. Als Onno om halfvier 's middags naar The Guardian vraagt, zegt de krantenverkoopster dat die er nog niet is. Waarschijnlijk komt de krant met de bus uit Dar es Salaam. The Guardian van de vorige dag is wel te koop. Na een assessment-bezoek aan het ziekenhuis in Mbeya reist Elske zeven uur door naar Sumbawanga (zie kaart). Eerst twee uur asfalt naar de grens met Malawi en dan nog vijf uur over een onverharde weg terug Tanzania in. Sumbawanga ligt nog verder in het binnenland weggestopt dan Mbeya; het water uit de kraan is modderig. Onno blijft op de hotelkamer in Mbeya aan zijn Tanzania-roman typen. Na een week werken houden we er een week vakantie. De uithoeken van het land zijn vele uren en soms dagen rijden van Dar es Salaam vandaan, dus als we daar eenmaal zijn willen we ervan profiteren. Bovendien is het gebied tussen Mbeya en het 150 kilometer zuidelijker gelegen Nyasa-meer (dat op de grenzen van Tanzania, Malawi en Mozambique ligt) erg mooi. Vroeger was het vulkanisch actief en nog steeds heb je er grotten en warmwaterbronnen. Ook bekijken we de Mbozi-meteoriet, qua grootte nr. 8 van de wereld. Een brok staal (ijzer met wat nikkel) van 1 x 1,5 x 3,5 meter, dat lang geleden uit de lucht is komen vallen en nog steeds op zijn vindplaats ligt. (In Nederland zou er een heel attractiepark om de meteoriet heen zijn gebouwd, in Tanzania ligt er op een niet al te gemakkelijk te vinden plek gewoon een enorme klomp metaal tussen de akkers.) De weg van Mbeya via Tukuyu naar het Nyasa-meer behoort volgens de Rough Guide tot de mooiste van Tanzania. Rond Tukuyu valt de meeste regen van het hele land en het gebied is dan ook onwerkelijk groen. Gelukkig hebben wij vrijwel geen regen en veel zon. We beklimmen de met regenwoud begroeide helling van de Ngosi-vulkaan om vanaf de kraterrand het blauwe kratermeer in de diepte te zien liggen. Twintig kilometer verderop lopen we over een lavabrug: een stroom lava die tot een boog is gestold toen de lava over een rivier stroomde. Daar in de buurt zien we nog een mooi resultaat van de ontmoeting tussen hete lava en een koude rivier: de rivier verdwijnt er in gat in het stollingsgesteente, waarna het water even verderop weer bovenkomt. Eigenlijk een lavatunnel dus. Bij Tukuyu ligt de prachtige Kaporogwe-waterval in de heuvels verborgen. Aan de top zien we een dikke laag stollingsgesteente. Een flink stuk aarde is daaronder weggesleten, waardoor we niet ver onder de top door een 'grot' achter het water langs kunnen lopen. In de plas beneden spartelt Onno even rond, om pas daarna de slang te zien die op de rotsen aan de voet van de waterval ligt te zonnebaden... Vanaf Tukuyu kiezen we de onverharde hobbelweg langs het Masoko-kratermeer. Die brengt ons in Matema, aan het strand van het Nyasa-meer. En twee kilometer verderop, in het dorpje Ikombe, eindigt de weg (= het smalle zandpad waarover we inmiddels rijden). De weg loopt er dood op het meer en het Livingstonegebergte langs de oostelijke oever. In Matema, op de rand van het land, blijven we vijf dagen. Geen elektriciteit (en daarom geen televisies en internet), geen verkeer, geen antenne voor mobiele telefoons en geen kranten. Wel volop fruit zoals papaja's, ananassen, mango's en de vruchten van de cacaoboom, waarvan je het witte vruchtvlees vlak rond de pitten (cacaobonen) kunt eten. We ontdekken ook nog weer nieuwe vruchten. Voor beide (erg verschillende vruchten) wordt vanwege de bruine, bobbelige schil in het Swahili de naam topetope gebruikt, wat zoiets betekent als 'moddervrucht'. De ene bestaat uit een soort dobbelsteentjes die je los kunt trekken en waarvan je de pit kunt afsabbelen. De andere is een roodbruine, zoetere variant van de zuurzak, met vruchtvlees van een peerachtige structuur. Die hebben we ook nooit eerder gezien of gegeten. Het Nyasa-meer is na het Victoria- en het Tanganyika-meer qua oppervlakte het derde van Tanzania. Met zijn golven en zijn strand lijkt het op een zee. In het heldere water snorkelen we tussen de blauwe, gele, zwarte en bruinige cichliden. En op een verhoging van het strand zitten we in een bamboehut te lezen in de lauwe wind van het meer. We zien de vissers, die op het strand en op het meer in de weer zijn met hun gekleurde netten en hun uitgeholde boomstammen met pagaaien. Ook klimmen we naar een waterval. Het pad daarnaartoe loopt langs een rivier omhoog en kruist die een paar keer. Telkens schoenen uit en naar de overkant waden. Tussendoor klauteren we tussen papyrus en varens omhoog, over rotsen die met venijnige rode mieren zijn bezaaid. Aan het einde van de middag gaan we naar de markt van Ikombe of Matema, waar de mensen bij elkaar komen onder de mangobomen. Omdat er verder niet veel te doen is, vermaken ze zich met kletsen en het proeven van hun lokale brouwsels. Net als eerder in Nugutu drinken we het lokale 'bier', pombe, dat bij het Nyasa-meer per liter in emmers wordt geserveerd. Het is dik en stevig, ziet eruit als oliebollenbeslag en smaakt naar zuur brood. Ook proberen we zittend op een boomstam het lichtere wanzuki (gemaakt op basis van suiker of honing), dat in hergebruikte frisdrankflesjes wordt verkocht. En speciaal op verzoek krijgen we ulanzi, bamboesap dat alcoholiseert zodra het de plant verlaat. Net als tuak, de Indonesisch 'palmwijn', die we op Sulawesi hebben gedronken. Alles willen we proeven, te midden van de luidruchtige en vrolijke dorpsgenoten, van wie de eersten om vier uur al tollend op hun benen staan. |
|
| Terug naar weekoverzicht | |