| Week 11, 2005: 14 maart - 20 maart | |
| Demetria Mwesiga | |
![]() Zelf geld verdienen |
![]() Weer een beetje blij |
| Sinds begin maart is
Demetria, onze wasvrouw/schoonmaakster, bij haar man weg.
Ze is begonnen aan een nieuw leven, maisha mapya,
zoals ze dat zelf zegt. Ze is van de een op de andere dag
verhuisd naar een kamer, in de buurt van het huis waar ze
met haar gezin woonde. Haar man weet niet waar ze nu
woont. Haar kinderen wel, ze proberen haar elke ochtend
op weg naar school te bezoeken. Haar zoon gaat naar de
laatste klas van de lagere school, haar dochter naar de
eerste van de middelbare school. Zij hebben ermee
ingestemd dat hun moeder het huis uit ging . En ze hebben
Demetria daartoe zelfs aangemoedigd, omdat ze begrepen
dat ze te veel leed onder de grillen van hun vader. Demetria werd in 1965 geboren in Bukoba (zie kaart), aan het Victoria-meer. Als vierde kind in een gezin dat later zes kinderen zou tellen. Demetria's moeder overleed in 1976, waarna haar vader bij zijn tweede vrouw nog vier kinderen kreeg. In totaal heeft ze dus negen broers en zussen. Na de dood van haar moeder ging ze bij haar grootouders wonen. In 1979 werd ze ernstig ziek geworden. Ze was erg zwak en vermagerde sterk, zonder dat de dokter iets kon vinden. Toen ze in 1981 van de lagere school kwam, was ze te ziek om naar de middelbare school te gaan. Ook was er daarvoor helemaal geen geld. Ze lag alleen maar in bed, haar familie dacht vaak dat ze het niet zo redden. Maar in 1985, na zes jaar ziekte, werd ze als door een wonder beter. Ze verhuisde naar Arusha (zie kaart), waar een broer van haar woonde. Die had geen geld om haar alsnog naar de middelbare school te sturen. Daarom werkte ze in Arusha een jaar in een textielfabriek, tot die in 1987 gesloten werd. In 1988 ging ze bij een nicht van haar logeren, in Dar es Salaam. En op het afstudeerfeest van haar nicht ontmoette ze de man met wie ze in 1989 zou trouwen. Ze heeft een tijd getwijfeld, want eigenlijk durfde ze nauwelijks te trouwen. Het was toen namelijk al bekend dat de geheimzinnige ziekte aids in het hele land veel slachtoffers maakte, zonder dat er nog de mogelijkheid bestond om je te laten testen. Met haar man ging ze in Musoma (zie kaart) wonen, op een kamer. En in 1991 kregen ze hun dochter, Clara. Maar Demetria had weinig geld, veel zorgen en te weinig te eten, zodat ze haar kind niet eens de borst kon geven. Haar man werkte voor een goed salaris bij de belastingdienst; hun geldtekort werd voornamelijk veroorzaakt doordat hij een perceel had gekocht, waarop hij een huis wilde laten bouwen. In 1992 verhuisden ze vanuit hun ene kamer tijdelijk naar een echt huis en 1993 kregen ze hun zoon, Enstin. Demetria had het zwaar. De twee kinderen en het voortdurende geldtekort zorgden voor een hoop ellende. In 1994 was hun huis eindelijk klaar. Maar al in 1995 vertrok haar man naar Mwanza (zie kaart) en zagen Demetria en hij elkaar alleen in de weekenden. Demetria bleef in het huis in Musoma wonen, samen met de kinderen en een schoonzus. In 1996 verloor haar man zijn baan bij een bezuinigingsronde. Demetria kocht daarom twee koeien en huurde iemand in om het voer voor de koeien te snijden en ze te melken. Haar man bleef in Mwanza wonen, om te bouwen aan een volgend huis, op een stuk land dat hij daar had gekocht. Een groter stuk land dan dat in Musoma. In Mwanza zouden ze meer ruimte hebben voor hun huis, een groentetuin en voor het houden van koeien. Van haar man kreeg ze nog steeds te weinig geld, zodat ze op den duur genoodzaakt was zelf voer voor de koeien te gaan snijden en ze zelf te gaan melken. En behalve met de verkoop van melk probeerde ze geld te verdienen met de verkoop van waterijs. Omdat ze door haar vele werk te weinig tijd voor de kinderen had, nam ze een meisje uit Bukoba in huis. Haar man kreeg in 1997 opnieuw een baan bij de belastingdienst, maar nu in Dar es Salaam. Hij verhuisde daar meteen naartoe. Het huis in Mwanza was bijna klaar en werd daarom verhuurd, Demetria bleef eerst met de kinderen in Musoma. Pas aan het einde van het jaar verhuisden ze met het hele gezin naar Dar es Salaam. Ze huurden een klein huis in de wijk Manzese, waar de huizen dicht op elkaar gebouwd zijn en waar het het hele jaar heet is onder de daken van golfplaat. In 1998 kon haar man een klein deel van zijn salaris inleveren voor een auto van het werk. Dat betekende wel dat Demetria en hij niet veel geld overhielden om van te leven. Want ze stuurden hun kinderen naar een goede, maar ook dure school, met een hoog schoolgeld. Demetria begon daarom uit nood weer waterijs te verkopen, een handeltje dat goed liep. In 1999 kregen ze elders in de stad een groter huis toegewezen, waarvoor opnieuw een deel van het salaris van haar man werd ingehouden. In 2000, in hun nieuwe huis, veranderde haar man plotseling in een boeman. Tot op de dag van vandaag begrijpt Demetria niet waarom. In het begin vroeg ze hem vaak waarom hij zich zo vreemd gedroeg, maar ze kreeg nooit antwoord. Hij kon vanaf toen alleen nog maar schreeuwen, slaan en commanderen. En hij ging allerlei dingen in zijn eentje doen, zonder daarover iets aan haar te vertellen. Later wilde hij zelfs helemaal niet meer met haar praten. Ineens vond hij het huismeisje, dat mee was verhuisd van Musoma naar Dar es Salaam, maar onzin. Ze werd weggestuurd. Ook wilde hij een tijd lang de maaltijden die Demetria voor hem kookte niet meer eten. Vanaf toen kreeg ze ook alleen nog maar geld om eten voor het gezin te kopen, geen shilling extra. Daarom begon ze opnieuw waterijs te verkopen. Maar daar moest ze van haar man al snel mee stoppen, hij wilde niet dat hun vriezer voor Demetria's handeltje werd gebruikt. Op een keer kieperde hij haar hele voorraad ijs uit de vriezer. Later wilde hij wel weer haar maaltijden eten, maar hij praatte nog steeds niet tegen haar. (wordt vervolgd) |
|
| Terug naar weekoverzicht | |