Week 17, 2005: 25 april - 1 mei
Nungwi
Vissers
Gered
In het bassin
Gered
Op ons reisje naar Nungwi op Zanzibar draait de boot een half uur voor onze aankomst op het eiland ineens honderdtachtig graden. We varen we een eindje terug om drie drenkelingen uit de zee te vissen. Heel zielig hangen de vissers aan hun volgelopen boot (een ngalawa, een smalle houten boot met uitleggers), die nog aan het oppervlak drijft. Ze krijgen één voor één een reddingsboei aan een touw toegeworpen en worden aan boord gehesen. De vissers zijn 's nachts de zee op gegaan, hebben problemen gekregen met hun boot en urenlang in het water gelegen. Ze zien er moet uit. Hun boot moeten ze achterlaten, maar ze hopen die later met een andere boot weer naar de wal te kunnen slepen.
Vanuit Stone Town nemen we de daladala naar Nungwi, net als we eerder naar Jambiani hebben gedaan (zie week 4, 2005). In eenzelfde 'veewagen', waarin we met veel Zanzibarianen stevig op elkaar worden geperst, rijden we naar het noordelijkste puntje van Zanzibar. Nungwi was tien jaar geleden nog een slaperig vissersdorpje, maar is uitgegroeid tot toeristisch oord. Toch leven de mensen in het dorp nog hun eigen leven. Alleen zijn delen van de kust (een afwisseling van rotsen en stukjes strand) volgebouwd. Daar staan nu kleinschalige bungalow-hotelletjes met daken van palmbladeren, restaurantjes met houten terrassen boven het water en luxe resorts. Het oogt allemaal nog steeds vriendelijk, al schijnt het er in de Nederlandse zomermaanden en rond Kerstmis druk te zijn. Wij komen er midden in de regentijd (maar we hebben mooi weer) en het is dus lekker rustig. Op het strand zijn vissers druk aan het timmeren aan hun boten, onder de palmen boeten ze hun netten.
Samen met twee Nederlandse studentes, een Israëlisch stel en een vrolijke Japanner gaan we snorkelen bij het eilandje Mnemba. Ondanks dat het volgens de Zanzibariaanse wet verboden is om eilanden in privé-bezit te hebben, is het een Zuid-Afrikaan gelukt het eiland te kopen. Hij heeft het tot verboden terrein verklaard en er de geheimzinnige Mnemba Island Club gebouwd, waar je voor 1200 dollar per nacht een tweepersoonskamer hebt. Stuiterend op de wilde zee (onderweg belandt zelfs een inktvisje uit de golven op Elskes schoot) varen we naar het eilandje. Onderweg zien we vliegende vissen en dolfijnen. Op twee plekken vlakbij Mnemba snorkelen we boven het prachtige rif, een van de mooiste plekken waar we ooit gesnorkeld hebben. Kleurrijk en veelvormig koraal, vol vissen van heel veel verschillende soorten. Voor het eerst zien we een lionfish, een vis met rondom langewerpige waaiervinnen. En tijdens het snorkelen komt er weer een groep dolfijnen voorbij.
De Japanner vertelt dat hij twee jaar (2003-2004) in Zambia les heeft gegeven, wis- en natuurkunde. Nu is hij net voor vakantie teruggeweest in Zambia, en ook in Tanzania reist hij nog wat rond. Hij laat ons trots een recente Zambiaanse krant zien, waar een stuk over hem in staat, met een grote foto erbij. Hij heeft het in Zambia namelijk tot tv-held geschopt. Tijdens zijn verblijf heeft hij zes Zambiaanse liederen, in twee van de lokale talen, uit zijn hoofd geleerd en die vorig jaar oktober op tv gezongen. En sinds hij is vertrokken, is die uitzending al een paar keer herhaald. Zo is hij een bekendheid geworden en daarom wil hij eigenlijk het liefst voor langere tijd terug naar Zambia.
Op een ochtend lopen we in de hete zon over het strand naar de vuurtoren van Nungwi. Aan de voet ervan dient een natuurlijk bassin als een opvangcentrum voor zeeschildpadden. Daar nemen we een kijkje. Alle drie soorten zeeschildpadden die langs de Tanzaniaanse kust nestelen, worden in hun voortbestaan bedreigd. Vissers die de schildpadden af en toe in hun netten vangen, krijgen een premie als ze ze bij het centrum afleveren. Om te voorkomen dat ze in de pan verdwijnen. In het centrum worden de dieren onderzocht en krijgen ze kortere of langere tijd te eten. Daarna worden ze weer in zee uitgezet.
Na drie nachten in Nungwi zit ons lange luierweekend Zanzibar erop. Op de terugweg varen we weer met de 'kotsboot'. Die wordt op de onstuimige oceaan aan het einde van de middag vaak flink heen en weer geschud. De kotszakjes vliegen ons om de oren. Wij houden ons goed, en als we al misselijk dreigen te worden, is dat vooral door al die zakjes die voorbij komen. Als de vrouw voor ons luid brakend haar vierde zakje vult, zijn we gelukkig bijna terug in Dar es Salaam.
Terug naar weekoverzicht