| Week 25, 2005: 20 juni - 26 juni | |
| Met de trein | |
![]() Naar Mwanza |
![]() Rangeren |
| Als je een Tanzaniaan
vraagt hoe lang de treinreis van Dar es Salaam naar
Mwanza (zie kaart) duurt, zegt hij: drie dagen.
Tanzanianen rekenen in dagen. In werkelijkheid valt het
mee: de reis van circa 1300 km en ongeveer zeventig
stations en haltes duurt volgens de Rough Guide
38,5 uur. Eigenlijk dus maar anderhalve dag, alleen wel
inclusief twee nachten. Je vertrekt aan het einde van de
middag en komt pas twee dagen later in de ochtend aan. En
alleen als de reis probleemloos verloopt. Als de trein
onderweg pech krijgt of er in de regentijd problemen zijn
met het spoor, kan de reis wel eens veel langer dan
anderhalve dag duren. Tanzania heeft maar twee spoorlijnen, beide vanuit Dar es Salaam. De centrale lijn naar Kigoma (zie kaart) en Mwanza, en de Tazara-lijn via Mbeya (zie kaart) naar Zambia. Naar Arusha in het noorden loopt ook een spoor, maar hierover rijdt af en toe hooguit een goederentreintje. Het spoor naar Kigoma werd net voor de Eerste Wereldoorlog door de Duitsers aangelegd. Na 1920 kwam de aftakking naar Mwanza erbij en later volgden nog een paar zijlijntjes. De Tazara-lijn naar Zambia is het noordelijke deel van de spoorlijn helemaal uit Kaapstad. De Tazara-lijn dateert van de jaren '60 en werd met hulp uit China aangelegd ten behoeve van de Zambiaanse kopermijnen. Die konden daarmee hun koper uitvoeren zonder door Zuid-Rhodesië (nu Zimbabwe) en Zuid-Afrika met hun racistische regimes te hoeven rijden. Onno wilde altijd al graag een keer in Tanzania met de trein, maar totnogtoe was dat er niet van gekomen. Hij wilde ook Joseph nog een keer opzoeken, die hij eind oktober 2004 in Mwanza had ontmoet. Joseph heeft in Mwanza een tehuis voor straatkinderen en wezen. De trein vanuit Dar es Salaam naar Mwanza vertrekt drie keer per week. Onno koopt een kaartje voor de trein van dinsdag en kan kiezen tussen de eerste klasse (een compartiment met twee bedden), tweede klasse-slapen (zes bedden), tweede klasse-zitten of derde klasse (zitten, of staan als je geen stoel hebt). In de hoop enigszins fris in Mwanza aan te komen, neemt Onno een kaartje voor de eerste klasse. De trein vertrekt officieel 's middags om vijf uur, maar Onno weet van vrienden dat zij om acht uur 's avonds nog steeds zaten te wachten op de trein; ze waren toen maar weer naar huis gegaan. Om half vijf is er nog geen trein, maar een diesellocomotief met een zwarte rookpluim is wel druk aan het rangeren. En om vijf uur staat de trein klaar. De derdeklassers worstelen zich meteen naar binnen om een stoel te bemachtigen. Wie een bed wil, zoals Onno, staat zich nog een tijd te verdringen voor een bord, waarop pas laat de handgeschreven namenlijsten en compartimentindelingen worden opgehangen. Om kwart voor zes vertrekt de trein. Dat is redelijk op tijd en geeft hoopt voor de rest van de reis. Al snel rijdt de trein door de buitenwijken van Dar es Salaam, met veel illegale bouwsels, afval en akkertjes langs het spoor. Het wordt donker. Onno had zich verheugd op een rit met een volle maan boven de savanne, maar het is bewolkt en de opkomende maan verdwijnt in de wolken. Onno deelt het compartiment met een gepensioneerde bibliothecaris uit Tabora. Hij heeft op de bibliotheek in Dar es Salaam gewerkt en heeft in de stad nog familie wonen. Hij is net bij zijn zoon op bezoek geweest en keert terug naar zijn geboortestad Tabora (zie kaart), waar hij tegenwoordig weer woont. Het is een aardige man, die voor schoolmeester speelt. Hij wil Onno zo veel mogelijk Swahili en wetenswaardigheden over Tanzania leren. Ondanks zijn goede Engels blijft hij (gelukkig) dan ook consequent in het Swahili praten. Juni is een goede maand om met de trein te gaan. De regentijd is voorbij en daarom zijn er geen problemen met het spoor te verwachten. Bovendien is juni een 'koele' maand, waardoor het in de trein een beetje uit te houden is. Voor het slapen gaan worden er stokjes uitgedeeld, waarmee het raam kan worden vastgeklemd. Dan kunnen er 's nachts geen dieven naar binnen klimmen. Dat betekent alleen wel dat het raam dicht moet, net als de deur. Het is dus toch nog benauwd. Onno klimt op het bovenste bed. Er zijn lakens en dekens, een comfortabel bed dus. De trein tjoekt door de nacht, steeds dieper het land in. Bij elk station komt de trein schokkend tot stilstand, om een kwartier later schokkend weer op te trekken. Onno wordt de hele nacht flink heen en weer geschud en is vaak wakker. De volgende ochtend in de grijze ochtendschemering rijdt de trein over een eindeloze vlakte met weinig anders dan dorre bush. Heel af en toe een dorpje of een paar huizen/hutten langs het spoor. Akkertjes met cassave, mais en een enkele keer zonnebloemen. Veel van die plekken zijn vrijwel alleen per trein bereikbaar. De aankomst van de trein is er een belevenis. Mannen, vrouwen en kinderen lopen met koopwaar langs de trein; andere kinderen wuiven en vragen om lege waterflessen. In het ene dorp komen de mensen met machungwa (sinaasappels) en machenza (mandarijnen) langs, in het volgende dorp verkopen ze rieten matten en manden. In een ander dorp roepen ze 'asali, asali' (honing) en een station verder lopen vrouwen met grote emmers vol ubuyu (de pitten van de baobab) op hun hoofd. Op weer andere stations sjouwt iemand met kippen en hanen (de poten bij elkaar gebonden), miswaki ('tandenborstels', maar eigenlijk takjes van een of andere struik die als zodanig gebruikt worden) of dawa (medicijn, in dit geval geneeskrachtige wortels en kruiden). Onno koopt een halve liter honing in een Konyagi-fles (Konyagi is een Tanzaniaanse sterkedrank). (wordt vervolgd) |
|
| Terug naar weekoverzicht | |