| Week 26, 2005: 27 juni - 3 juli | |
| Met de trein (vervolg) | |
![]() Water halen bij een put |
![]() Ronde rotsen en sisalbloemen |
| (vervolg) In de ochtend van de tweede dag komt de trein om half negen aan in Dodoma (zie kaart), de stad die in 1973 tot hoofdstad van Tanzania is gebombardeerd. Het is druk op het stoffige station van de stad zonder hoogbouw. Onno springt uit de trein, want die zal er een tijdje stoppen. Bij een stalletje koopt Onno als ontbijt een andazi (een soort gefrituurd broodje) en een kop thee. Als de trein eerder dan verwacht vertrekt, moet hij zijn hete thee laten staan. Snel springt hij het trappetje weer op, terug de trein in. Vanaf de kust rijdt de trein langzaam en nauwelijks merkbaar omhoog. Dodoma ligt op een hoogte van een meter of 1100, net als de eindbestemming Mwanza (zie kaart). De hele tweede dag glijdt de eindeloze savanne van de Tanzaniaanse hoogvlakte voorbij, maar Onno verveelt zich geen moment. Elke struik is anders, elke lemen hut is een bezienswaardigheid, en in elk gehucht zijn de mensen weer even blij met de komst van de trein. Onno had zich op een lange reis ingesteld, dan is het goed vol te houden. En anders dan in een vliegtuig of in een bus, kun je in de trein wat rondlopen; als hij stilstaat kun je vaak zelfs even naar buiten. Bovendien is zo'n treinreis dwars door het uitgestrekte land natuurlijk het toppunt van romantiek (zie het gedicht 'Treinreis' in Onno's bundel Ramen). Als je alleen op reis bent en ook nog eens als mzungu (bleekneus) in een trein vol Tanzanianen zit, heb je heel wat aanspraak. De bibliothecaris, Onno's comparimentsgenoot, heet Mnahela, wat in het Swahili 'jullie hebben geld' betekent. Maar het is niet helemaal duidelijk of zijn naam een Swahili-naam is of een naam uit de taal rond Tabora (zie kaart), het Kinyamwezi. Bij elk station tussen Dodoma en Tabora legt Mnahela uit wat de betekenis is van de naam van het dorp. De namen zijn veelal in de plaatselijke taal, het Kigogo. En bij een station koopt Mnahela voor Onno een buyu, de vrucht van de baobab. Onno snijdt met zijn zakmes een gat in de houterige, maar fluweelzacht aanvoelende vrucht en sabbelt daarna de witte, poederige substantie van de pitten af. In Dar es Salaam worden de losse pitten in zakjes als snoep verkocht en is het poeder vaak met een kleurstof rood gekleurd. Later hangt er een vrouw uit het raam van het buurcompartiment. Ze vertelt dat ze Tanzaniaanse is, maar in Amerika woont. Ze is verpleegkundige en is getrouwd met een zwarte Amerikaan. In Tanzania is ze een paar weken op bezoek bij haar familie en nu reist ze naar Tabora. Op een dag zal ze samen met haar man terugkeren naar Tanzania. Maar dan wil ze een handeltje opzetten, want volgens haar verdien je als verpleegkundige in Tanzania veel te weinig. Rond de middag stopt de trein in het dorpje Saranda en springt Onno weer de trein uit. Nu voor een van de olie druipende chipsi mayai (patat met ei). De inwoners van Saranda staan vlak langs het spoor druk te bakken. Bij een jonge moeder met een kind op haar rug drinkt Onno nog een kopje thee. En verder gaat de treinreis weer. Rond drieën staat de trein bij het stationnetje van Kitaraka een half uur stil. Tot de tegemoetkomende trein daar ook is aangekomen en de treinen elkaar kunnen passeren. En om acht uur 's avonds, als het net weer een uur donker is, komt de trein aan in Tabora. Onno neemt afscheid van Mnahela en belooft langs te komen, mocht hij ooit nog een keer in Tabora belanden. Het is onduidelijk hoe lang de trein er zal stoppen. Volgens de een zeker een half uur, volgens de ander anderhalf uur. De trein wordt gesplitst in een deel voor Kigoma (zie kaart) en een deel voor Mwanza. Drie uur lang zit Onno in zijn pikdonkere compartiment, met een lege maag. Er komt geen eten meer langs, en Onno heeft geen zin in de biscuitjes die hij heeft meegenomen. Pas om elf uur vertrekt de trein, om meteen bij het eerstvolgende station weer lange tijd stil te staan. De tweede nacht heeft Onno het compartiment voor zich alleen. Er komt niemand bij en daarom neemt hij het onderste bed. Daar heb je minder last van het schokken en schudden. De volgende ochtend is de lucht blauw en schijnt de lage zon over de vlakte. Onno wordt met een goed humeur wakker en moet dus redelijk hebben geslapen. Hij kijkt op zijn telefoon: een manier om te kijken of je de 'beschaafde' wereld nadert. Maar hij heeft nog geen bereik en is dus nog niet in de buurt van Mwanza. Hier en daar zijn wat ronde rotsen te zien en de omgeving is iets groener dan tussen Dodoma en Tabora. Het landschap met zijn verspreide hutten ziet er lieflijk uit. Een groot verschil met de bruine savanne van de vorige dag. Er zijn akkertjes met katoen, en puntige sisal met zijn boomgrote bloemen wordt al afscheiding gebruikt. Uit het buurraam hangt nu een studente uit Dodoma, die voor vakantie naar haar ouders in Mwanza gaat. Na de vakantie en haar afstuderen, zal ze als economisch planner bij een organisatie in Bukoba (zie kaart) gaan werken en trouwen met haar echtgenoot in spe, die nu in Canada studeert. Vlak voor Mwanza worden de ronde rotsen, waarop de stad is gebouwd, talrijker. De telefoon heeft bereik, de stad is aantocht. De trein slalomt mooi tussen de rotsen door, op de hoogste rotsen zitten grote maraboes. Na acht maanden ziet Onno de stad aan het Victoria-meer terug. Het is donderdagochtend. Om kwart over tien stapt Onno de trein uit, inderdaad nog redelijk fris. Na een onvergetelijke reis van maar 40,5 uur. En met dus slechts twee uur vertraging, iets wat voor Tanzaniaanse begrippen een enorme prestatie is. |
|
| Terug naar weekoverzicht | |