Week 28, 2005: 11 juli - 17 juli
Fonelisco (vervolg)
Bij het tehuis
Hangen
Bij het tehuis
Spelen
(vervolg)
In juni 2005 bezoekt Onno Joseph en Fonelisco opnieuw, om meer foto's voor de Fonelisco-website te maken. En ook om te bekijken of hij behalve het bouwen van een website nog iets anders voor Fonelisco kan doen. Onno wordt donateur en geeft Fonelisco geld van zijn ouders. Van dat geld kunnen de 45 straatkinderen een week eten (drie maaltijden per dag). En in het tehuis is net een kraan kapot gegaan, zodat van het geld ook meteen de fundi (loodgieter) betaald kan worden.
Jaarlijks legt Fonelisco op districts-, regionaal en landelijk niveau in een rapport verantwoording af over het reilen en zeilen van de organisatie. In het rapport staat een overzicht van de inkomsten en uitgaven, en een begroting voor het volgende jaar. In boekhouden is Joseph geen ster. Hij heeft hij er niet genoeg tijd voor en er is blijkbaar niemand anders die de inkomsten en uitgaven voor hem kan bijhouden. Hij bewaart zo veel mogelijk bonnetjes en heeft een kasboek, maar dat wordt niet consequent bijgewerkt.
Toch durft Onno met vrij grote zekerheid te zeggen dat Fonelisco draait op ongeveer 6000-7000 euro per jaar. Daarvan werd in het boekjaar 2003/2004 3000 euro gedekt door donaties en giften. Met zijn kaarten en sieraden verdiende Joseph 1000 euro. En opmerkelijk genoeg haalde hij zo'n 3000 euro uit de verkoop van eieren en kippen. Rond Josephs kamer scharrelen wel eenden, maar er zijn nergens kippen te zien. Als Onno hem vraagt waar die zijn gebleven, laat Joseph een groot leeg kippenhok zien. Hij zegt dat ze alle kippen hebben moeten verkopen, want die werden te oud. Ze hebben geen geld om nieuwe kippen te kopen. Het geld dat ze verdienden met de verkoop van de kippen, hebben ze gebruikt om de huur van het tehuis te betalen.
Het lijkt niet echt tot Joseph door te dringen dat hij voor dit boekjaar bijna de helft van zijn inkomsten kwijt is. Onno ziet die inkomsten wel in de begroting staan. Fonelisco moet dus een groot probleem hebben. Joseph geeft toe dat hij de laatste tijd bij het opstaan telkens nog niet weet of hij aan het einde van de dag weer genoeg geld zal hebben. Elke dag, zeven dagen per week, gaat hij met zijn kaarten en sieraden de straat op. Hij komt pas thuis als hij een kleine 10 euro heeft verdiend en de kinderen die dag te eten kan geven. Maar ook de huur, het water, de elektriciteit, de medische zorg et cetera moeten betaald worden.
Joseph vertelt dat hij in noodgevallen eten op de pof koopt. En zo nu en dan komt er onverwacht een gift binnen. Of hij doet wat vertaalwerk voor AMREF (Flying doctors). Of hij verdient wat door een Nederlandse promovenda bij haar onderzoek in Mwanza te helpen. Of er komt iemand een videoreportage over Fonelisco maken, waarvoor hij een vergoeding krijgt. Zo houdt Fonelisco nog steeds het hoofd boven water. Maar Joseph beseft gelukkig dat hij hulp nodig heeft, ook al voelt hij zich sterk. (Toen een tijdje geleden veel kinderen mazelen kregen, net als veel van de vrijwilligers, bleef hij gespaard.)
Het geld dat Onno aan Joseph overhandigt, geeft hem een week lang lucht en rust. Een week lang kan hij opstaan zonder dat hij zich zorgen hoeft te maken. Maar dat is natuurlijk geen structurele oplossing. Daarom stelt Onno zich bij zijn vertrek, terug naar Dar es Salaam, ten doel geld voor Fonelisco te zoeken. Er moeten in elk geval weer nieuwe kippen komen. Onno maakt een plan...
Terug naar weekoverzicht