Week 32, 2005: 8 augustus - 14 augustus
De Ngorongoro-krater Hooglanden
Eke, Elske, Marco, Janke en Henk
Olmoti
Eke, Henk en Janke
Richting Oldoinyo Lengai
Een dag na de safari langs Manyara, Serengeti, Ngorongoro en Tarangire gaan we met zijn zessen (Henk, Janke, Eke, Marco, Elske en Onno) terug naar Ngorongoro, voor een trektocht door de streek ten noordenoosten van de krater. Die streek, de Ngorongoro-krater Hooglanden, hoort bij het beschermde gebied rond de krater. Het belooft een enerverende tocht te worden, want er wordt gewaarschuwd voor scherpe stekels, hitte en kou, vleesetende mieren, teken, slangen en schorpioenen.
In de Hooglanden wonen alleen Maasai. Anders dan hun indrukwekkende speren doen vermoeden, leven zij niet van de jacht. Ze wonen in kleine dorpjes of in een simpele boma, een paar ronde hutjes met een rieten dak en muren van takken en droge mest. De Maasai trekken er alleen rond met hun kuddes koeien en geiten en vormen dus geen bedreiging voor de dieren in het gebied.
De eerste dag rijden we in een auto van Victoria Expeditions met onze gids Tobias en de chauffeur Tiudi naar het Maasai-dorpje Nainokanoka. Daarvandaan maken we een korte wandeling naar de rand van de Olmoti-krater (3000 meter hoog). We lopen de helling op naar een kleine waterval bij de rand van de krater. Vanaf die rand kunnen we de ondiepe, groene krater, met een diameter van ongeveer 3 kilometer, overzien. Daarna dalen we weer af, terug naar de auto, en rijden we door naar de rand van de Empakaai-krater (op 3200 meter), waar we de eerste nacht kamperen.
De volgende ochtend arriveert een Maasai met zes ezels, ze zijn uit Nainokanoka komen lopen. Een dorp verder, in Naiyobi, eindigt de weg en daarom rijdt de auto niet verder dan de Empakaai-krater. Met een grote omweg zal hij naar het eindpunt van de trek rijden. Onze spullen (tenten, rugzakken, eten, water) worden de rest van de trektocht vervoerd door de ezels.
We dalen eerst 300 meter af, naar het mooie sodameer in de Empakaai-krater. Dat meer is de overnachtings- en broedplaats voor alle flamingo's in het gebied. Elke avond vliegen ze er vanuit het Manyara-, het Ngorongoro- en het Natron-meer naar toe. We lopen weer bij de kraterrand omhoog, lopen nog een eind over de rand en beginnen dan aan een lange afdaling, de helling van de Empakaai af. Rond de randen van de Olmoti- en de Empakaai-krater groeit bos, maar als we afdalen, wordt de omgeving steeds kaler en droger. Het pad is bedekt met een dikke laag as van soms wel een decimeter dek. Bij elke stap komt er een dikke wolk stof omhoog en als er een Maasai met zijn kudde voorbijkomt, zien we even niets meer. Weer flink stof happen dus.
Rond het dorpje Naiyobi groeit alleen bruingeel gras. Aan onze rechterhand zien we de Kermassi-vulkaan en recht voor ons lokt de Oldoinyo Lengai, de enige actieve vulkaan van Oost-Afrika, die we later zullen beklimmen. Tegen vijven komen we in een stuk droog bos vol 'koortsbomen', de stekelige acacia's met hun gele stammen. Daar kamperen we vlak naast een boma, op een winderig stuk droog gras. De ezels zijn er al, onze tenten staan klaar. We hebben, na dagen in de auto zitten, ineens flink wat kilometers in de benen. We zijn moe en Marco's knie wil eigenlijk al niet meer.
De derde dag maken we een mooie wandeling van maar een paar uur. Vanuit het acaciabos dalen we verder af, dwars door de zonverlichte, bruingele heuvels, naar de voet van de Oldoinyo Lengai, op ca. 1200 meter. Het gebied rond die vulkaan wordt doorsneden door diepe slenken en is daardoor onbegaanbaar voor auto's. Voorbij de laatste diepe slenk staat de auto op ons te wachten. We laten de ezels daar achter en nemen afscheid van de Maasai in zijn rode doek.
's Middags luieren we, in een kamp bij een rivier, in een woestijnachtig gebied. Alleen bij de rivier kan wat groeien. Verder van de rivier vandaan zien we alleen nog zand, as en stenen, en een enkele boma. Het moet niet gemakkelijk zijn om in zo'n gebied te overleven. We bereiden ons geestelijk voor op de nachtelijke beklimming van de actieve vulkaan, zo'n 1500 meter klimmen. Marco kan niet omhoog vanwege zijn knie en Eke blijft hem gezelschap houden. Alleen Henk, Janke, Elske en Onno gaan omhoog.
Volgens een beschrijving van Victoria Expeditions 'adventurous visitors sometimes struggle up its steep slopes' en volgens de Rough Guide is de beklimming van de Oldoinyo Lengai 'distinctly masochistic', al was het maar vanwege de hitte. (Het is altijd goed om reisgidsen pas achteraf te lezen.) De vulkaan is in 1966 voor het laatst echt uitgebarsten, met kleinere erupties in 1983 en 1993. Hij schijnt elke 20 tot 40 jaar uit te barsten, dus waarschijnlijk is het over niet al te lange tijd weer zover. Gelukkig houden wij het droog.
Wij proberen het masochistische karakter van de beklimming van de heilige berg van de Maasai te reduceren door 's nachts te klimmen (net als naar de top van de Kilimanjaro). Maar het blijft een zware klim, al was het maar omdat in het pikkedonker klimmen ook geen pretje is. Gelukkig kom je als beloning boven op de vulkaan in een wonderlijk landschap terecht. Rokende kegels van lava en as, loeiende hete gaten en spleten, stalactieten, allerlei verschillende soorten gestolde lavastromen. In het eerste licht van de dag ziet dat alles er sprookjesachtig uit.
Er volgt nog een lastige afdaling, die we met vallen en opstaan volbrengen. Rond het middaguur zijn we weer beneden. De laatste middag brengen we nog een bezoek aan de flamingo's in het zoute Natron-meer. Daarna volgt een ruige rit, dwars over de stoffige vlaktes, terug naar Arusha. Door en door verstoft en met zere benen komen we daar aan. Het was een schitterende tocht.
Terug naar weekoverzicht