Week 40, 2005: 3 oktober - 9 oktober
Indonesië
Kawah Ijen, Oost-Java
Op de Ijen
Wayang kulit, Yogyakarta
Wajang koelit
In het eerste jaar gebruikten we vrijwel al onze vakantie voor reizen in Tanzania zelf. We gingen in verschillende delen van het land op safari, verkenden de zuidwestelijke uithoek bij het Nyasa-meer en bezochten de Indische Oceaan-eilanden voor de kust. Drie keer gingen we een week terug naar Nederland. In ons tweede jaar willen we ook een keer 'echt' op vakantie, buiten Tanzania. Als bestemming ligt een ander Afrikaans land het meest voor de hand, maar dan willen we wel dat dat land sterk verschilt van Tanzania. We komen uit op óf Namibië met zijn rode duinen óf het bergachtige Ethiopië.
Na lang dubben valt de keuze op... Indonesië, het land dat ons blijft trekken. Geen Afrika, maar ja. Namibië en Ethiopië bewaren we voor een andere keer. We zijn drie keer eerder in Indonesië geweest, kennen het land en kunnen er dus gemakkelijk reizen. En daarom kunnen we er ook, nu Elske zwanger is, een wat rustigere vakantie plannen dan normaal. We schrappen de vaste jungletrek en laten de afgelegen gebieden links liggen. Deze keer kiezen we voor drieënhalve week reizen over Java en Bali.
Het gekke is dat we bij aankomst in Indonesië niet de sensatie voelen die we er eerder altijd voelden. De vochtige warmte, de tropengeuren, de chaos en het leven tussen mensen met een heel andere achtergrond en taal zijn blijkbaar voor ons 'gewoon' geworden. Na ruim anderhalf jaar in Tanzania wonen. De cultuurschok blijft deze keer dus achterwege, ook al zijn we tussen Tanzania en Indonesië nog een weekje in Nederland geweest.
Ondanks de verdwenen sensatie maken we opnieuw een mooie reis. We steken met bussen, busjes en treinen heel Java over van west naar oost en besluiten onze reis met een rondje kleurrijk Bali. Natuur maakt een beetje plaats voor cultuur: we zien verschillende wajang-, dans- en muziekvoorstellingen, doen een gamelan-cursus en nemen twee keer een dag les in het batikken. In Malang logeren we na drie jaar voor de tweede keer bij de moeder van onze Amsterdamse Indonesische vriend Ahmad. Ze stopt ons opnieuw voller dan vol met eten. Sowieso eten we overal weer heerlijk en we ontdekken zelfs nog nieuwe soorten fruit, zoals bij Bogor de vruchten van de ebbenhoutboom. Gelukkig houden we genoeg tijd over om rond te lopen en te klimmen op de vulkanen Tangkunan Prahu en Ijen op Java. En op Bali klimmen we bij het Bratan-meer door de dichte jungle steil omhoog naar een tempeltje.
Tegenover al dit moois staat de bittere smaak van de dood. Halverwege de vakantie krijgen we het bericht dat Elskes tante Froukje bij een verkeersongeluk is overleden. En voor ons nog dichterbij is natuurlijk de dood van Bart, de man van Elskes zus Atsje. Op 37-jarige leeftijd overleden bij het squashen. Zie verder: www.bartsje.waarbenjij.nu. Gelukkig zijn we net op tijd in Nederland terug om bij de crematie te kunnen zijn. In juni 2004 gingen we met Atsje en Bart op safari naar Selous en het Uluguru-gebergte (zie Week 26, 2004). We zullen je altijd heel erg blijven missen, Bart!
Drie jaar geleden was er op Bali een bomaanslag in het toeristische Kuta; de ochtend erna kwamen we vanuit Lombok aan op Bali. Deze keer verlaten we Bali de ochtend na een tweede bomaanslag in hetzelfde gebied. En bij terugkomst in Dar es Salaam zien we vanuit de taxi net buiten het vliegveld een waarschijnlijk dodelijk ongeluk gebeuren. Een overstekende man wordt door een hard remmende auto geraakt en de berm in geslingerd. De auto vliegt daarna over de kop.
Als wij aan het begin van de vakantie bij Bandung op de kraterrand van de Tangkunan Prahu zijn en een stukje afdalen naar wild bruisende stoomgaten, horen we een onbekende vogel fluiten. Onze gids vertelt: 'Als de mensen vroeger deze vogel hoorden, dachten ze dat er in hun omgeving iemand zou sterven. Maar als jonge moderne Indonesiër geloof ik daar niet in.'
Terug naar weekoverzicht