| Week 41, 2005: 10 oktober - 16 oktober | |
| Het regent botten | |
![]() Onder de mangoboom |
![]() Kip |
| Sinds we in onze
nieuwste huis aan Mathuradas Street wonen hebben we een
achtertuin. Met een soort terras, meteen achter het huis.
In de weekenden zitten we daar 's ochtends, als het nog
niet te warm is, in de schaduw van een grote mangoboom
koffie te drinken. Behalve de mangoboom groeien er grote bougainvillea's, oleanders, sanseveria's en andere struiken waar we de naam niet van kennen. Ook groeien er bananenbomen en een enorme koningspalm. Zelf hebben we heliconia's gekocht, met hun grote gele, rode en oranje bloemen die eruitzien als vogelbekken. En een struikje met gele bloemen als kaarsen, dat we in Indonesië hebben gezien. De vorige bewoonster heeft basilicum in de tuin achtergelaten en Elske probeert (zonder veel succes) citroengras en laoswortel te kweken. In het gras of in het zand ligt vaak een zwart-witte poes te slapen. Hij laat zich aaien, ziet er goed uit en is waarschijnlijk een huisdier van een van de buren. Wat uitzonderlijk is, want Tanzanianen hebben weinig met (huis)dieren. De poes heeft een hagedisje gevangen. De hagedisjes, die wij uit Indonesië als tjitjaks kennen, kleven tegen muren en bomen. Ze zijn er in het groen, bruin en grijs met een gele kop. De groene en de bruine klimmen ook binnenshuis tegen de muren op; in ons vorige huis woonde er eentje achter de spiegel. Het hagedisje kronkelt nog in de bek van de poes. Elske gaat achter de poes aan, maar die gaat er gauw met zijn prooi vandoor. Een grappige tor met een hoekig zwart schild scharrelt over het terras. Hij lijkt niet goed te weten wat hij wil. Hij loopt maar wat rond en schudt de mieren die bij zijn poten omhoog willen klimmen van zich af. Hij kan waarschijnlijk niet erg goed kijken: hij ziet niet waar een drempel eindigt en valt voorover een decimeter omlaag. Verdwaasd kruipt hij overeind en scharrelt weer verder. Tot hij vergeefse pogingen gaat doen bij een glad stuk muur op te klimmen. Dan kunnen we zijn gestuntel niet langer aanzien en tillen we hem op een geel mangoblad naar de struiken. Uit diezelfde struiken komt een miljoenpoot te voorschijn, donkerbruin met rode pootjes. Het is maar een kleine, van een decimeter. In de ruïnes op het eilandje Juani hebben we ze veel groter gezien: dikke worsten van een centimeter of veertig. De miljoenpoot beweegt zijn honderd pootjes op een ingenieuze manier en komt het terras op. We weten niet wat hij van plan is, maar tillen hem ook maar op een mangoblad terug de struiken in. Behalve kraaien en mussen zitten er hele kleine vogeltjes in de tuin. Het vrouwtje is bruin met wit en het mannetje zwart met felblauw. Ze hebben hele dunne, kromme snaveltjes en maken een geluid dat op het lijzige getsjirp van sommige krekels lijkt. Er zijn (te) veel kraaien in Dar es Salaam en de mangoboom in onze achtertuin is een van hun favoriete plekken. Daar verzamelen ze zich in de ochtend- en de avondschemering om een hoop herrie maken. De kraaien doen het goed in de stad, waarschijnlijk vanwege het vele afval dat overal op straat ligt en waaruit ze gemakkelijk hun kostje bij elkaar kunnen zoeken. Zodra ze iets lekkers gevonden hebben, gaan ze dat in de boom zitten kapothakken, fijnknagen en opeten. Het luguberste wat tot nu toe uit de boom kwam vallen was een halve kattenstaart. Maar meestal regent het botten op ons terras. Dan hebben de kraaien een stuk runderbeen of een kippenbot te pakken gekregen. Als ze ermee klaar zijn laten ze het vallen. De poes komt even langs om het af te likken en daarna storten de mieren er zich met z'n allen op. We zijn inmiddels gewend aan het gekletter van de botten, die totnogtoe gelukkig steeds net niet in onze koffie vallen. |
|
| Terug naar weekoverzicht | |