| Week 45, 2005: 7 november - 13 november | |
| Tanzaniaanse tijd | |
![]() Wanneer komen we aan? |
![]() Zijn ze al begonnen? |
| Tijd is iets
ongrijpbaars, vooral in Tanzania. Nederlanders leven met
de tijd en zijn zich er ook de hele dag van bewust. Voor
Tanzanianen en veel andere Afrikanen is de tijd totaal
niet van belang. Wij zijn gewend te denken in tijd. Een treinreis van Amsterdam naar Groningen duurt bijna tweeënhalf uur, van 10.36 tot 13.00 uur. Tanzanianen denken in termen van gebeurtenissen. Er gebeurt wél iets of er gebeurt niets. Hoe laat iets begint en hoe laat het eindigt doet er niet toe. Een treinreis van Dar es Salaam naar Mwanza vindt plaats als de trein rijdt (en niet als de trein kapot is, het personeel staakt, het spoor door de regen is verzakt of als er geen brandstof is). En de reis duurt vanaf het moment dat de trein uit Dar es Salaam vertrekt tot hij weer stopt in Mwanza. Tijd is in Tanzania niet schaars. Er is zat tijd als je die nodig hebt, tijd is niet belangrijk. Gebeurtenissen zijn wel schaars en dus veel belangrijker. In een dorp op het Tanzaniaanse platteland gebeurt maar weinig, tijd doet er niet toe. Bij ons in Nederland zijn er juist te veel gebeurtenissen om te kunnen behappen, waardoor tijd schaars is. Of zoals geformuleerd in de Tanzaniagids van Dominicus: westerlingen consumeren tijd, in Afrika moet tijd worden geproduceerd. In zijn boek Ebbenhout schrijft de Poolse journalist en Afrikakenner Ryszard Kapuscinski: '[De Europeaan] moet zijn termijnen, data, dagen en uren in acht nemen. Hij beweegt zich in de tredmolen van de tijd, daarbuiten kan hij niet bestaan. [...] De [Afrikaan] hééft invloed op de vorm van de tijd, op zijn verloop en ritme [...] De tijd is zelfs iets wat de mens kan scheppen'. Er is in Tanzania een groente (een van de vele op spinazie of kool lijkende soorten blaadjes) die /sukuma wiki/ heet: 'duw de week vooruit'. De blaadjes kregen hun naam van de mensen die de groente verbouwen. Ze verdienen er geld mee, waarmee ze dingen en dus gebeurtenissen kunnen kopen. En door die gebeurtenissen is er tijd, wordt er tijd geproduceerd. Aan de andere kan hebben Tanzanianen in absolute zin minder tijd dan wij. In een land waar de gemiddelde levensverwachting rond de 50 schommelt, is een leven eerder voorbij dan voor de gemiddelde Nederlander die 78 jaar op aarde rondloopt. Door het afwezige besef van tijd hebben gebeurtenissen in Tanzania vaak geen duidelijk begin. Elske heeft vergaderingen meegemaakt waarbij iedereen verspreid in de tijd komt binnendruppelen en met elkaar gaat kletsen. Op een gegeven moment is het niet duidelijk meer of de vergadering begonnen is of niet. In de woorden van Kapuscinski: '[Het] betekent dat, als we naar een dorp rijden, waar 's middags een vergadering zal worden gehouden en vervolgens op de vergaderplaats niemand aanwezig is, de vraag wanneer de vergadering gaat beginnen, zinloos is. Het antwoord staat namelijk bij voorbaat vast: wanneer de mensen er zijn.' Als het ons lukt om ergens een dansoptreden te zien, valt vaak op dat dat niet duidelijk afgebakend is. Niemand kondigt aan wat er gaat gebeuren. Dansers en muzikanten komen aanlopen, een van hen begint als hij er zin in heeft wat te trommelen en de anderen doen na een tijdje mee. En wij beseffen pas dat de voorstelling afgelopen is, als we zien dat ze niet verder dansen en spelen en hun spullen al aan het pakken zijn. Waarna wij, verwarde westerlingen, maar gauw gaan klappen, voordat iedereen weer verdwenen is. Veel Tanzanianen zijn ook niet gewend om afspraken te maken. Als ze elkaar willen bezoeken gaan ze bij elkaar langs en zien ze wel of iemand er wel of niet is. Wij bleekneuzen vinden dat zonde van onze tijd, omdat je vaak voor niets langskomt. Tanzanianen niet, want die denken niet in tijd. Ze plannen niet, kijken niet vooruit. Als ze iets beloven te doen, gaan ze er vaak pas mee beginnen als je er weer naar vraagt, of als je langskomt om te kijken of ze al klaar zijn. Iets als 'preventief onderhoud' is de Tanzanianen daarom vreemd. Ze zullen nooit iets opknappen, bijwerken of vervangen voor het kapot is. Repareren doe je pas als iets niet meer werkt, als het echt stuk is. Zolang je huis nog overeind staat, zolang je auto nog rijdt, zolang je nog op je schoenen kunt lopen, doe je er niets aan. Waarom zou je? (wordt vervolgd) |
|
| Terug naar weekoverzicht | |