Week 47, 2005: 21 november - 27 november
Afrikaanse boeken (2)
Afrika op papier
Leesvoer
Afrika op papier
Meer leesvoer
The volunteer (1998) van Carter Coleman is niet in het Nederlands vertaald. Het verhaal speelt zich af in het Usambara-gebergte, in het noordoosten van Tanzania. De schrijver woont daar zelf een deel van het jaar en werkt er als vice-voorzitter van het Tanzania Wildlife Fund en als safarigids. Aan de beschrijvingen van de omgeving, van de plaatselijke bevolking en aan het gebruik van Swahili kun je merken dat hij de bergen goed kent. In het boek gaat een Amerikaanse vrijwilliger bij het Peace Corps de mensen er leren hoe ze vis kunnen kweken. Maar hij raakt verliefd op een jong, uitgehuwelijkt meisje. Daarna bemoeit hij zich met de lokale tradities en gebruiken; dat kan natuurlijk alleen maar verkeerd aflopen. De schrijver heeft hard geprobeerd een spannend verhaal te schrijven, en dat komt het boek niet altijd ten goede. Maar het is natuurlijk wel een 'echte' Tanzania-roman, die je als je in Tanzania woont, er met vakantie geweest bent of om een andere reden geïnteresseerd bent in het land, zeker moet lezen.
Ook een 'echte' Tanzania-roman, die zich net als The volunteer ook voor een groot deel in het Usambara-gebergte afspeelt, is g (2002) van Frank Noë. De opvallende titel is het symbool 'g', dat staat voor gravitatie, zwaartekracht. Met behulp van de zwaartekracht probeert een stel Europese gelukszoeker een houtlift te laten werken, die boomstammen uit de Usambara-bergen naar de 1000 meter lager gelegen fabriek moet brengen. Die lift is de enige manier om de houtfabriek rendabel te laten draaien. In kale en rauwe zinnen beschrijft Noë hoe de hoofdpersoon Olav bij de aanleg van de lift verstrikt raakt in onwil en cultuurverschillen. Op een of andere manier past die stijl niet zo bij het warme, broeierige Tanzania. Zijn stijl was passender geweest voor een soortgelijk verhaal ergens in Siberië.
Swahili for the broken-hearted (2002) van Peter Moore (in het Nederlands vertaald onder de titel Swahili voor beginners) is een soort tegenhanger van Paul Theroux's Dark Star Safari (zie week 48, 2004). Moore maakt Theroux's reis bijna tegelijkertijd, maar in tegengestelde richting: van Kaapstad naar Cairo. Hij schrijft minder dan Theroux over achtergronden en meer over het reizen zelf, en met gevoel voor humor. Omdat hij anders dan Theroux de situatie in Tanzania en aangrenzende landen niet vergelijkt met hoe die tientallen jaren geleden was, heeft hij een veel positievere kijk op die landen. In Tanzania reist hij met de trein van Mbeya naar Dar es Salaam, door het wildreservaat Selous, zit hij een tijdje aan het strand op Zanzibar en probeert hij de Kilimanjaro te beklimmen. Een grote wens, nadat hij op een eerdere reis Mount Kenya (5200 m.) heeft beklommen. Maar door hoogteziekte en een gebrekkige voorbereiding haalt hij de top van de Kili niet.
In zijn reisroman In Afrika (1991) schrijft Adriaan van Dis over dat andere Afrika, het grimmige continent met zijn afgesneden oren, lippen en borsten en afgehakte handen en neuzen. Van Dis' alter ego 'Adriaan' reist als journalist door het Tanzaniaanse buurland Mozambique, ten tijde van de burgeroorlog aldaar in de jaren 70 en 80. Die guerrillaoorlog wordt gevoerd tussen het door onder andere Tanzania gesteunde Frelimo (dat vóór 1975 vocht voor de onafhankelijkheid van Mozambique) en het door de blanke regimes in Rhodesië (nu Zimbabwe) en Zuid-Afrika gesteunde Renamo. Beide groepen moorden dorpen uit en ronselen kinderen voor hun legers, in een land in verval. Als buitenstaander lukt het Adriaan door de gevaarlijkste gebieden te reizen en met allerlei mensen te praten, met 'revolutionairen en conservatieven'. Dat geeft een indringend beeld van het verscheurde land.
Terug naar weekoverzicht