Week 48, 2005: 28 november - 4 december
Give me money!
Koffie te koop
Stone Town
Pinda's te koop
Zanzibar
Tanzanianen komen op ons soms onbeleefd en ruw over. Ze dringen overal ongeneerd voor en vinden het waarschijnlijk maar raar dat wij dat niet doen. Ook zijn ze erg kortaf, vooral in het dagelijks leven, wanneer je iemand iets geeft of iets van iemand krijgt. Er is in het Swahili, net als in het Engels, geen onderscheid tussen 'jij' en 'u', en woorden als 'dankjewel' en 'alsjeblieft' worden niet of nauwelijks gebruikt. Het is heel normaal om naar een winkeltje te gaan, de duttende winkelier wakker te roepen met: 'Geef me pindakaas!', geld neer te leggen en met de pot pindakaas weg te lopen, zonder verder nog iets te zeggen. Je moet ook vooral niet proberen minder stellig te zeggen wat je wilt, of op een vriendelijke toon. Dan denkt de winkelier dat je alleen maar wilt weten of hij pindakaas verkoopt. Of dat je wilt weten hoe duur de pindakaas is.
Het Swahili-woord voor 'dankjewel' is asante, maar wij zeggen het veel vaker dan Tanzanianen. Die zullen het pas gebruiken als iemand iets bijzonders voor ze heeft gedaan. Ze zeggen het niet als iemand alleen maar een pot pindakaas voor ze heeft gepakt. Een woord of een uitdrukking zoals het Nederlandse 'alsjeblieft', iets wat je zegt als je iemand iets geeft, kent het Swahili niet. Als jij iemand bedankt met asante, kunnen ze daarna als een soort 'alsjeblieft' wel karibu zeggen, dat 'welkom' betekent (vergelijkbaar met 'you're welcome'). En voor ons 'alsjeblieft' dat je gebruikt als je iemand iets vraagt te doen, gebruiken zij tafadhali. Maar dat hoor je zelden; het zijn vooral wazungu (bleekneuzen) die het gebruiken. Daar staat tegenover dat er, als we asante zeggen, soms wel asante kushukuru teruggezegd wordt: 'bedankt voor het bedanken'.
De beleefdheid van de Tanzanianen is niet zozeer merkbaar bij alledaagse transacties, als wel bij hun manier van groeten. Daar nemen ze uitgebreid de tijd voor. Er zijn verschillende manieren van groeten en het is gebruikelijk die allemaal vlak op elkaar te laten volgen. En vaak zie je dat twee mensen elkaar tijdens het ritueel de hele tijd met de vingertoppen beethouden, alsof hun woorden niet alleen door de lucht, maar ook via hun armen en handen gaan. Een typisch gesprekje gaat als volgt. A: 'Mambo vipi?' ([Populair:] Hoe staat het ermee?), B: Poa! (Cool.). A: 'Habari za leo?' (Hoe staat het ermee vandaag?), B: 'Nzuri.' (Goed.). A: 'Hujambo?' (Gaat het niet slecht?), B: 'Sijambo.' (Het gaat niet slecht.). A: 'Habari za kazi?' (Hoe gaat het op het werk?), B: 'Nzuri.' (Goed.). A: 'Habari za nyumbani?' (Hoe gaat het thuis?), B: 'Nzuri.' (Goed.). A: 'Salama.' (Gegroet.), B: 'Salama.' (Gegroet.).
De habari-vraag kent nog veel meer varianten, zoals 'Habari gani?' (Hoe gaat het?), 'Habari za asubuhi?' (Hoe gaat het vanochtend?), 'Habari zenu?' (Hoe gaat het met jullie?) of het door Onno bedachte 'Habari za ulimwengu?' (Hoe gaat het in het universum?). Op een habari-vraag antwoord je altijd 'goed', ook al gaat het slecht. Aan het einde van de begroetingen kun je je 'goed' nuanceren en vertellen dat je huis door de hevige regen is overstroomd. Mambo vipi? is populair en je antwoordt dus ook populair: poa of freshi. Verder is salama is eigenlijk een moslimgroet. En alleen op het platteland groeten mensen ons (en elkaar) nog met 'Shikamoo.' (Respectvol gegroet.), een groet uit het koloniale verleden, die je kunt beantwoorden met 'Marahaba.' (Dank voor de respectvolle groet.).
Maar wij raken er nooit helemaal gewend, aan die karige taal bij dagelijkse transacties. Regelmatig schrikken we dan ook op: als iemand tegen ons zegt: 'Give me money!', zonder dat we worden overvallen. Het kan een straatjongen zijn of een invalide bedelaar die graag wil dat jij een muntje in zijn hand laat vallen, maar ook gewoon iemand achter een balie. De baliemedewerker vraagt je dan vriendelijk om te betalen, en heeft het Swahili, Nipe pesa, rechtstreeks in het Engels vertaald.
Terug naar weekoverzicht